Posts tagged ‘noise’

July 23, 2011

Prurient – Bermuda Drain (lp)

Prurient - Bermuda DrainZij die de grenzen opzoeken bereiken die ook getuige de impasse – hoe kan het ook anders – in de noise. Het vorige decennium, de zgn noughties, kenmerkte zich door een haast pervers genot in transgressie in geluid – waarschijnlijk als een directe reflectie van de politieke situatie in het Amerika van Bush. Nadien is de spoeling dunner geworden. Opmerkelijk bijvoorbeeld is dat de vaandeldragers van het genre, Wolf Eyes, sinds 2009 nagenoeg niets meer hebben uitgebracht. Dat betekent niet dat er helemaal geen opwindende noise-platen meer worden gemaakt. One Bird Two Bird van Akita/Gustafsson/O’Rourke, eerder dit jaar verschenen, is een excellent beheerst staaltje pokkeherrie. Ook de zojuist uitgekomen nieuwe van Mika Vainio, een exercitie in guitar-based electronische noise, is uitstekend en doet onmiddellijk aan het beste van Pan(a)Sonic denken. Maar behalve een enkele plaat zoals die van Cut Hands, een verrassend afronoise album van William Bennett, grootmeester in noise van het power electronics duo Whitehouse, wordt er niet echt vooruitgang geboekt.

read more »

February 1, 2010

het beste van de jaren Nul: Noise

Aufgehoben - KhoraDe afgelopen tien jaar was een vruchtbare periode voor Noise. En met Noise bedoel ik niet wat daarvoor voor noise doorging, wat eigenlijk noiserock of noisepop is. Noise na 2000 is noise tout court, gratuit en onverkort, zuiver.

Vaak werd (en wordt, door de nicht-auf-dem-Laufenden seienden) noise geassocieerd met bands die een element van dissonantie in hun gitaarpop stopten, Sonic Youth voorop. Een hele garde noisepop/rock ontstond in de vroege jaren negentig met enerzijds de Amphetamine Reptile stal en anderzijds de Chapel Hill/San Diego variant. New York heeft natuurlijk altijd al – eigenlijk al vanaf de Velvet Underground en tien jaar later heel prominent met de No-Wave van Teenage Jesus, Glenn Branca’s Theoretical Girls, Rhys Chatham, en vooral Mars en Ut – garant gestaan voor dissonantie in de “rock” (en dan moeten we rock zien als het format waartoe men, ondanks de radicaliteit, zich toch beperkte, i.e. gitaar, bas, drum). Die voorname positie van New York in de noisescene heeft alleszins te maken met de sociogeografische positie van de grotestad.

Wolf Eyes - Human AnimalWat opvalt bij de noisebands van na 2000 zijn op zijn minst twee dingen: (a) Amerika blijft de hofleverancier (ondanks een aantal Europese hoogtepunten)*, waarbij de Amerikaanse provincie van zich laat horen en (b) de rock wordt tot op het bot uitgekleed en bij sommigen overboord gegooid. Die ontslakking gaat verder dan wat een Caspar Brötzmann in het decennium ervoor deed en voor hen die Brötzmann op handen dragen (waaronder de schrijver dezes) zegt dat genoeg. De algemene sociogeografische positie is anderzijds niet veel veranderd. Kijkend naar de politiek van Dubya Bush is dat allesbehalve vreemd. De stompheid en lompheid van zijn politiek, nationaal en globaal, vertaalt zich direct in ditto lompe muziek, die daarin aan het sublieme geraakt (Wolf Eyes slaagt daar m.i. het beste in). Het is eigenlijk een herhaling van de geschiedenis: dezelfde muzikale Bewältigungsarbeit zien we in de jaren tachtig, toen de clown onder de Amerikaanse presidenten de samenleving ontwrichtte. Geen SST zonder Reagan. De sublimatie van noughties noise is echter van een bijzonder karakter: de geweldadigheid (in mijn recensie van de laatste van Wolf Eyes maak ik een – wellicht onkiese – vergelijking met Abu Ghraib) is extreem, de kunstzinnige abstractie volkomen. En, soms, een rarefactie die steeds ongrijpbaarder wordt, zoals we dat horen in Double Leopards’ ijle quasi-psychedelica, de ijzige feedback-cadansen van Hototogisu of de beknellende ambient van Kevin Drumm.

Hieronder een lijst met de vijf muss habens en een 30-tal andere noisefest referenties (telkens zijn een aantal hoogtepunten van een specifieke artiest genoemd; het is zeker niet exhaustief; opvallend is ook het grotendeels ontbreken van het Japanse contingent – dat vergt een separaat hoofdstuk, omdat Japan al in de jaren negentig de Noise, zoals we die nu kennen, omarmde).

Ik waag te betwijfelen of Noise zich nog kan ontwikkelen; significant is dat een drietal prominente noiseformaties de handdoek in de ring hebben gegooid: Yellow Swans, Double Leopards, Hototogisu zijn niet meer. Maar wie had überhaupt gedacht aan de vooravond van de huidige eeuw dat Noise – het grote Void – een triomfantelijke terugkeer zou maken?

* ter confirmatie is land van herkomst vermeld achter elke titel

1. AufgehobenKhora (UK)
De meest geabstraheerde en academische onder de Noise. Niet voor niets Brits. En dat hun laatste hier op 1 belandt is de uitzondering die de regel bevestigt dat alle Noise Amerikaans is. Treedt sporadisch op, temeer omdat het digitaal verhaspelde geluid live uiterst moeilijk te herhalen is. Khora kun je niet vaak beluisteren, ook niet omdat gevreesd moet worden voor de speakers, maar wat je hoort als je ‘m opzet gaat alle andere Noise ver te boven. In lawaai èn structuur. Da’s de paradox van Aufgehoben (de Hegeliaanse bandnaam verraadt het geheim al!). Precisie door distortion.

Yellow Swans - At All Ends2. Yellow SwansAt All Ends (US)
uit een eerdere bespreking:
Among their prolific output, At all ends is Yellow Swans’ third proper ‘studio album’ and boy does it deliver. Other than the two excellent previous ones, At all ends is entirely beatless. It is an experiment in stretched out feedback, to the point where the guitars fully merge with the electronics. Yellow Swans belong to the vanguard of the current crop of exploiters of the nonmusical elements in music: noise and feedback. Opening track “At all ends” is an organ like dirge which manages to walk the tightrope between strangely soothing ambient and copious washes of incrementally frenzied noise. At the five minute mark it becomes apparent that the track might in fact be a lament sung by the church community, with full on distortion and clamor in the back (indeed, I contend that the album as a whole is church music). With the sea of noise undiminished, even augmented, there’s an oddly melodic riff inserted in the latter half of the number, as if to tease the listener. It’s evocative of the guitar solo, as exemplar, whilst simultaneously denouncing it by mocking it.
And so it goes on and on: precisely tuned noise (if that makes any musical sense) concisely modelled as motivic music par excellence, drawn out over long painterly canvases with a hint of the American landscape. Who needs vocals, let alone lyrics, when the self-expression comes through consummately in the musical material? The noise that Yellow Swans create, or rather control, is anything but negative or gloomy; it is utterly beatific, most aptly manifested in third track ‘Our Oases’ and the following ‘Mass Mirage’, and thus fully aesthetically valid. The knowledge that the title of last number ‘Endlessly Making an End of All Things’, which is the apogee of this devotional sublimity, is derived from a Celan stanza isn’t needed to become convinced of that.

Double Leopards - Halve Maen3. Double LeopardsHalve Maen (US)
Non-faux-psychedelische droom/dronemuziek. Aurale equivalent van Edgar Allen Poe. Beklemmender onmogelijk. Hoe afsplitsing Religious Knives de drone heeft weten te koppelen aan rock en dat vermaledijde the Doors is eveneens metafysisch significant.

4. Wolf EyesHuman Animal (US)
Dit is gothmuziek waarnaar je zonder schaamte kunt luisteren. Strak gestructureerde free jazznoise die toch hogelijk geïmproviseerd aanhoort. Je hebt de instant neiging te zwelgen in het organisch-broeierige en dreigende industrialisme. De krijsende vocalen coalesceren met de snerpende sax op telepatische wijze. Totally deranged en exact geproduceerd. Voor zuiver lichamelijk genot in de muziek moet je Human Animal draaien. Hun beste.

Kevin Drumm - Sheer Hellish Miasma5. Kevin DrummSheer Hellish Miasma 2007 remaster (US)
uit een eerdere bespreking:
It is often claimed in aesthetics – as if almost a truism – that noise and beauty are opposites. I have never really understood this; and I suspect that ideology lies behind it. To me, the most extreme noise in music can be the most beautiful thing, eclipsing anything in nature or pictorial and the plastic arts. The new remix of Kevin Drumm’s aptly called Sheer Hellish Miasma, originally issued in 2002, is a case in point. It is also an illustration of how the sound of the cd, often found inferior to that of the good old vinyl record, sublimely captures, as an expedient, that which it is supposed to convey: musicality. Even the shittiest playing equipment – I’m playing the cd on a Sony Dream Machine, which is nothing but an upgraded alarm clock – reveals the sheer brilliance of the shrieking, digitalized feedback, which reverberates in the room as if it transmigrates, indeed pierces into the ether and becomes physical, pleasantly miasmatic. It’s hard to explain the exhilaration of hearing those high-pitched, jarring tones plaster the space around you. Only digital, it seems, can faithfully represent the aura of such precisely mastered noise: discordance made harmonious through technique. The new remastering, carried out by the artist himself, appears to enhance that singular quality and shows that remasters can be a functional tool in the art of music rather than just a marketing ploy. Whatever the case may be, it’s in the details that one finds beauty, and that holds for noise especially.

en verder in willekeurige volgorde:
Hair Police - Constantly TerrifiedHair Police (US) – The Certainty of Swarms/ Constantly Terrified/ Drawn Dead/ Totaled & Stranded
Black Dice (US) – Beaches & Canyons/ Creature Comforts/ Repo
Boris (JAP) – At Last Feedbacker/ Dronevil Final
Aufgehoben (UK) – Messidor/ Anno Fauve
Dead C (NZ) – Perform Vain, Erudite & Stupid/ s/t/ The Damned/ Future Artists/ Secret Earth
Double Leopards (US) – A Hole is True
Religious Knives (US) – Resin/ It’s After Dark/ Remains/ Live at Big Jar/ The Door
Kevin Drumm (US) – Comedy/ Imperial Distortion/ Imperial Horizon/ Gauntlet (m. Daniel Menche)/ Impish Tyrant
Hototogisu (UK/US) – Some Blood Will Stick/ Chimärendämmerung/ Pale Fatal Sister/ Robed in Verdigris/ Under the Rose/ Volume 1 (m. Burning Stare Core)
Khanate (US) – s/t/ Viral/ Capture & Release/ Clean Hands Go Foul
Julie Mittens (NL) – April-June / s/t
Lightning Bolt (US) – Wonderful Rainbow/ Hypermagic Mountain
Sunn O))) (US) – Black One
Diskaholic Anonymous Trio (US/ZWE) – Live in Japan/ Weapons of Ass Destruction
Mouthus (US) – The Long Salt/ No Canal/ Slow Globes/ Saw a Halo/ Live on Conan Island (m. Yellow Swans)
Ramleh (UK) – Switch Hitter 10″/ Valediction
Skull Defekts (ZWE) – Rotating Feedback & Save the Skulls/ The Black Hand/ Polonium 3″/ Blood Spirits & Drums Are Singing/ The Temple
Skullflower (UK) – Orange Canyon Mind/ Tribulation/ Pure Imperial Reform/ Desire for a Holy War/ Malediction
Sonic Youth (US) – Koncertas Stan Brakhage/ J’accuse Ted Hughes/ Andre Sider af Sonic Youth
Jaz(z)kammer (NOR) – Panic/ Metal Music Machine
Robedoor (US) – Shrine to the Possessor/ Shapeshifter Slave
Text of Light (US) – Metal Box/ Rotterdam 1/ Un Pranzo Favoloso
Wolf Eyes (US) – Burned Mind/ Black Vomit (m. Anthony Braxton)/ Always Wrong/ Black Wing over the Sand/ Moods in Free Time/ River Slaughter/ Completely Wrong (Variations)/ Man Made Hell-Hell Made Man-Made Hell Man/ Solo
Yellow Swans (US) – Psychic Secession/ Mort Aux Vaches/ Deterioration/ Live During War Crimes vol. 1 & 2/ Descension Yellow Swans/ Bring the Neon War Home
Zeitkratzer & Lou Reed (US/D) – Metal Machine Music Live
Dream/Aktion Unit (US) – Blood Shadow Rampage
Caspar Brötzmann (D) – Mute Massaker
AFCGT (US) – s/t (10″)/ s/t (LP)
Maryanne Amacher (US) – Sound Characters 2: TEO
Black Dice & Wolf Eyes (US) – Chimes in Black Water vols 1-3
Lietterschpich (ISR) – I Cum in the Think Tank
KTL (US/A) – 2
Mandarin Movie (US) – s/t