Posts tagged ‘het beste van de jaren Nul’

April 12, 2010

Het beste van de jaren Nul: de Remasters

***UPDATED***
Kraftwerk - AutobahnDe remaster-frenzy deed al in de jaren negentig, amper 10 jaar na de commerciële introductie van de compact disc, opgeld, omdat duidelijk was dat de eerste generatie cds geluidstechnisch vaak (maar zeker niet altijd!) beneden de maat waren. In de meeste gevallen waren de vinylmasters gewoon rechtstreeks gedigitaliseerd zonder rekening te houden met de verschillende eisen die het digitale medium stelt, en ook zonder de mogelijkheden die het biedt die vinyl niet heeft, uit te buiten. Dat leidde tot cds waarbij het bronsignaal vaak net zo zacht was als dat het geval is bij phono. De volumeknop moest vaak behoorlijk omhoog om een adequate boost uit je luidsprekers te krijgen. Toen kwam loudness: master engineers, na een succesvolle greep naar de macht in de populaire muziek, besloten het dynamische bereik, dat voorheen nog in tact bleef bij de commerciële productie van het studiomateriaal van een artiest, in te perken om zodoende het geluid te versterken. Voordeel van wat clipping wordt genoemd is dat het geluidssignaal significant toeneemt, goed voor radioplay en, nu sinds bijna zo’n jaar of tien, de iPod. Alle random externe noise is drowned out, in plaats van dat je – irritant – de muziek nauwelijks kunt horen als je in de metro zit of over een drukke straat loopt. Kosten: muzikaliteit doet er niet toe. Muziek is consumptie. Je wilt als artiest gehoord worden, wat men hoort is secundair.

read more »

Advertisements
April 5, 2010

het beste van de jaren Nul: Avantpop

The Fall - The UnutterableNa lang reflecteren moet toch tot de slotsom gekomen worden dat avantpop, sowieso een couveusekind, op sterven na dood is. Een blik op de lijstjes die een half jaar geleden, tegen het einde van het vorige decennium, werden gepresenteerd in de bekende popbladen en op de blogs en sites waarvan men zegt dat ze er toe doen brengt een instant depressie teweeg in de gemoedstoestand. Het is allemaal softburgerlijk ongevaarlijk materiaal – een mix van veilig blank en pseudo-gevaarlijk zwart – dat op de draaitafels thuis ligt bij de zelfverklaarde cognoscenti. En dan wordt in OOR (en elders) ook nog gezegd dat de smaak van de scribenten zo ver afstaat van de smaak van het gewone publiek. Wat is die smaak van het gewone publiek dan wel, als die van de connaisseur al zo pedestrian is? Totale vervreemding treedt hier bij ons van de N/O redactie op bij het zien en horen van zoveel filistinisme in popland, bij makers en “professionele” luisteraars. Er bestaat een algehele doofheid die, gepaard met arrogantie, erop uit is te onderdrukken, bij zichzelf en bij de ander, wat niet gehoord mag worden.

read more »

February 2, 2010

het beste van de jaren Nul: Experimenteel, Weird, Improv, Out There, Avantgarde

Excepter - AlternationExperimenteel, Weird, Improv, Out There, Avantgarde, kortom ongewone rock, pop en ronduit buitencategoriaal. De jaren nul zijn net als voor Noise een speeltuin geweest voor de vernuftige experimenteerdriftigen, muzikanten die de radicale marges van de rock & pop opzoeken (over avantpop zullen we nog apart berichten in de laatste aflevering van het beste van de jaren Nul).

Dat is niet uniek aan de jaren Nul, maar de schier oneindige expansie van de constellatie aan mogelijkheden binnen de beperkte parameters van populaire muziek (als in niet-compositie) bracht de scene, mede onder invloed van het internet en zijn grassroots distributiemogelijkheden, werkelijk tot leven tussen 2000 en 2010. Die scene is niet vast te pinnen – ondanks labels als New Weird America, Freefolk, Electroacoustic, Reductionism etc. is het onmogelijk om ondergenoemde bands en formaties onder een vaste noemer te brengen. Experimentele muziek anno 2010 kenmerkt zich door eigengereidheid, oorspronkelijkheid en vindingrijkheid, door een micrologische focus op het verfransen van genregrenzen, vaak zelfs door een gezonde ontkenning van het feit überhaupt dat er grenzen zouden zijn. De geest van improvisatie, al aanwezig in de late jaren zestig in bands als Quicksilver en the Dead en natuurlijk bij de klassieke improvisatoren MEV en AMM, die nog steeds actief zijn, waart doorheen de stijlen en heeft met name rock ontdaan van haar keurslijf van 3 akkoorden en de traditionele gitaar,bas,drum-opstelling; Open City uit Los Angeles (inmiddels defunct) is het summum van deze ontwikkeling. Toch zagen we ook een terugkeer naar roots, die niettemin niet wars was van een avantgarde styling; de akoestische gitaar werd niet geschuwd, denk aan Six Organs of Admittance, Tower Recordings, Pelt en Blithe Sons en de hele Jeweller Antler Collective, om er slechts een paar te noemen.

Als er al een typisch kenmerk kan worden genoemd dan is dat de drone. Die zien we terug in verschillende vormen: als noisy ambient bij Machinefabriek, als gruizige tapemuziek van Howard Stelzer, vehikel voor de digitale metal van KTL of de spirituele mantra’s van Om, of de countrymetal van het gerevitaliseerde Earth. Of als de gitzwart-romantische Noorse post-metal soundscapes van Svarte Greiner. Ook electronische middelen (synthesizer en de housebeat) worden volledig geïntegreerd in de rock, dat sowieso een steeds vager domein van artiesten omvat. Neem Sunburned Hand of the Man, dat impro aan funk koppelt en op hun laatste twee studio-albums met de hulp van Kieran Hebden (Fourtet) meesterwerkjes in weirdness afleveren. Of Excepter, de best of the bunch, die een matte variant van electropop produceren. Zuivere psychedelica by other means.

De invloed van This Heat, paragon van moeilijkheid in pop, zien we terug in de Italiaanse avantgarde bij ¾ hadbeeneliminated en å, maar zeker bij landgenoten Volcano the Bear, de ware erfgenaam van This Heat-muziek. En ook de jazz cum rock, zo kenmerkend voor veel experimentele muziek uit de jaren negentig, zien we verjongd terugkeren bij o.a. Scorch Trio, Zu, Mandarin Movie, dat op momenten herinnert aan het oor- en vriendschapsplijtende God, en vooral Him, de cool jazzdubrock-band uit Chicago.

Hieronder een lijst met 5 muss habens en, aan de hand van een selectie per genre (om toch enige lijn erin te krijgen) een keur aan artiesten die in de afgelopen 10 jaar gezorgd hebben voor het voortleven van het experiment in de muziek, d.w.z. het voortzetten van het modernistische project in de context van de populaire cultuur. Subjectief, doch wat ons betreft representatief voor gedurfde muziek.

1. ExcepterAlternation
Excepter is een manke Cabaret Voltaire vroege stijl, gemengd met industriële free-drones. Kenmerkend zijn de lusteloze, lijzige vocalen die de nummers versieren. Alternation, net als al hun platen, is totaal bedwelmend. Dit is suffige electropop van de beste soort, die daarmee een kritisch-slappe knuppel in het bedrijvige hoenderhok gooit. Sluggish cool!

Volcano the Bear - Classic Erasmus Fusion2. Volcano the BearClassic Erasmus Fusion
De Geest van Albion zit ze in de botten. Beïnvloed door This Heat, hun illustere voorgangers. Wat This Heat, in hun muziek, deed met de oppressie van Zuid-Londen doet Volcano the Bear met de desolate Noord-Engelse countryside. Net als This Heat zijn de liederen van Volcano the Bear een mix van song en avantgarde experiment met tapeloops en quasi-improvisatie. Volcano the Bear is avantfolkrock die niet gehinderd wordt door technische overkwalificatie. Waarachtig eccentriek, zoals alleen de Britten dat kunnen. Classic Erasmus Fusion, een dubbel-LP, is hun klassieker. Luister ook naar side-projects Daniel Padden en One Ensemble.

34HadBeenEliminated - Theology3. ¾ hadbeeneliminatedTheology
Samen met companion piece Religious Experience op vinyl is Theology de experimentele rockplaat van het decennium. Waarbij aangetekend zij dat van rock in eigenlijke zin totaal geen sprake is (no riffs please): het doet denken aan een larmoyante, uitgesponnen, en meer geïmproviseerde versie van This Heat (met name de This Heat van Blue & Yellow) en laat goed horen hoe belangrijk de Italiaanse avantgarde (Berio, Maderna, Nono, Sciarrino) in de na-oorlogse muziek is voor hen die opereren in de marges van de Italiaanse electroakoestische rock (vergelijk ook å!). Authentiek en ongeëvenaard.

Musica Elettronica Viva - MEV 404. Musica Elettronica VivaMEV 40
musique informelle zoals Adorno dat bedoelde. Verwant aan het Britse AMM, toch uniek. Abstract en opwindend tegelijk. Deze compilatie van live-optredens uit hun hele carrière toont dat MEV nog steeds tot de improvtop behoort.

5. Rova::OrkestrovaElectric Ascension
Waarom Beethoven en Mahler tig keer worden uitgevoerd en de “klassiekers” uit de jazz niet? Dat vroeg Rova::Orkestrova zich af en hun versie van Coltrane’s collectieve improvisatiemeesterwerk Ascension is adembenemend. Rova Orkestrova - Electric AscensionMèt strijkers!, turntable (van wie anders dan Otomo Yoshihide) en drummachine van Ikue Mori naast de fameuze Nels Cline op electrisch gitaar, Steve Adams, Larry Ochs, Bruce Ackley and John Raskin op allerhande saxofoons, Fred Frith op bas, Donald Robinson op drums en Chris Brown op electronics. Ascension updated for the electronic age is een flitsende tour de force die zich kan meten met het origineel, wat aangeeft hoe doorwrocht Coltrane’s impro-compositie eigenlijk is.

Ambient/ Drone/ Drone Metal
Machinefabriek – Marijn/ Stofstuk/ Weleer/ Zwart/ Ranonkel/ Dauw/ Slaapzucht
Howard Stelzer – Bond Inlets
Svarte Greiner – Kappe
Om – Conference of the Birds/ Pilgrimage/ Variations of a Theme/ God is Good
Earth – Hex/ The Bees Made Honey from the Lion’s Skull
Sunn 0))) – Monoliths & Dimensions
KTL – KTL/ 2/ 3/ IV
Kevin Drumm – Imperial Distortion/ Imperial Horizon
Xela – The North Sea/ In Bocca Al Lupo
Daughter of the Industrial Revolution – Variable Resistance (parts 1-3)
Rafael Toral – Violence of Discovery
Oren Ambarchi – Grapes of the Estate
Rod Modell & Michael Mantler – Radio Fore

Out-Jazz/ Improv
Him – Our Point of Departure/ New Features/ Many in High Places are Not Well
Nels Cline & Gregg Bendian – Interstellar Space Revisited: The Music of John Coltrane
Sebastian Lexer – Dazwischen
AMM – Fine/ Tunes Without Measure or End/ (m. MEV) Apogee
Scorch Trio – Luggumt/ Brolt
Supersilent – 6/ 8/ 9
Talibam! – Ordination of the Globetrotting Conscripts/ The Excusable Earthling
Polwechsel – Archives of the North/ (m. John Tilbury) Field
Stefano Scodanibbio – Six Duos
John Butcher – Resonant Spaces
Peter Evans – Nature/Culture
Peter Kolovos – New Bodies
Open City – LA We Revise your Neglect/ Birth of Cruel
Mandarin Movie – s/t
Repeat – Pool
Aethenor – Betimes Black Cloudmasses
the Magic I.D. – Till My Breath Gives Out

Eccentrische ‘Rock’/song
Volcano the Bear – Amidst the Noise & Twigs
¾ hadbeeneliminated – s/t/ Religious Experience
å – s/t
Excepter – Burghers & Punjab 12”/ The Sunbomber EP/ KA/ Self-Destruction/ Throne/ Debt Dept
Sunburned Hand of the Man – Rare Wood/ Z/ No Magic Man/ The Trickle Down Theory/ Complexion/ Fire Escape/ A
Six Organs of Admittance – Dark Noontide/ The Sun Awakens
No Neck Blues Band – Qvaris/ Clomeim
Peeesseye (PSI) – Artificially Retarded Soul Care Operators/ Mayhem in the Mansion, Shivers in the Shack
Autistic Daughters – Jealousy & Diamond/ Uneasy Flowers
One Ensemble – Wayward the Fourth/ Other Thunders
One More Grain – Isle of Grain/ Pigeon English
Starving Weirdos – Eastern Light/ Father Guru/ Shrine of the Post-Hypnotic/ Summon with Electronic Sorcery/ Into An Energy/ Path of Lightning
Magma – KA
Radian – Rec.Extern/ Juxtaposition
Tower Recordings – The Galaxy’s Incredible Sensual Transmission Field of…
Blithe Sons – Arm of Starfish/ The Great Orthochromatic Wheel
Daniel Padden – Pause for the Jet
Koenjihyakkei – Angherr Shisspa
Liars – They Were Wrong So We Drowned/ Drum’s Not Dead
Ruins – Mandala 2000/Live
Sunroof – Panzer Division Lou Reed
Pelt – Heraldic Beasts
Silvester Anfang – Satanische Vrede
De Kift – Koper
Jackie-O Motherfucker – The Magick Fire of Music/Wow
Keiji Haino & Tatsuya Yoshida – New Rap

Buiten Categorie
Deathprod – the Box
Lawrence English – Studies for Stradbroke
Brian Eno & Peter Schwalm – Drawn From Life
Brian Eno & Robert Fripp – Equatorial Stars
Brian Eno – Another Day on Earth
Zyklop/Thomas Köner – Zyklop/ La Barca
Scott Walker – The Drift
R.O.T. – L’écurie
Death Ambient – Drunken Forest
Smegma – 33 ⅓/ The Smell Remains the Same
Throbbing Gristle – Part Two: The Endless Not
Gesellschaft zur Emanzipation des Samples – Circulations
Chris Watson – Weather Report
Coelacanth – The Glass Sponge
C-Schulz & Hajsch – s/t
Phill Niblock – Touch Works, for Hurdy Gurdy & Voice
Eliane Radigue – Triptych/ Vice Versa etc.

February 1, 2010

het beste van de jaren Nul: Noise

Aufgehoben - KhoraDe afgelopen tien jaar was een vruchtbare periode voor Noise. En met Noise bedoel ik niet wat daarvoor voor noise doorging, wat eigenlijk noiserock of noisepop is. Noise na 2000 is noise tout court, gratuit en onverkort, zuiver.

Vaak werd (en wordt, door de nicht-auf-dem-Laufenden seienden) noise geassocieerd met bands die een element van dissonantie in hun gitaarpop stopten, Sonic Youth voorop. Een hele garde noisepop/rock ontstond in de vroege jaren negentig met enerzijds de Amphetamine Reptile stal en anderzijds de Chapel Hill/San Diego variant. New York heeft natuurlijk altijd al – eigenlijk al vanaf de Velvet Underground en tien jaar later heel prominent met de No-Wave van Teenage Jesus, Glenn Branca’s Theoretical Girls, Rhys Chatham, en vooral Mars en Ut – garant gestaan voor dissonantie in de “rock” (en dan moeten we rock zien als het format waartoe men, ondanks de radicaliteit, zich toch beperkte, i.e. gitaar, bas, drum). Die voorname positie van New York in de noisescene heeft alleszins te maken met de sociogeografische positie van de grotestad.

Wolf Eyes - Human AnimalWat opvalt bij de noisebands van na 2000 zijn op zijn minst twee dingen: (a) Amerika blijft de hofleverancier (ondanks een aantal Europese hoogtepunten)*, waarbij de Amerikaanse provincie van zich laat horen en (b) de rock wordt tot op het bot uitgekleed en bij sommigen overboord gegooid. Die ontslakking gaat verder dan wat een Caspar Brötzmann in het decennium ervoor deed en voor hen die Brötzmann op handen dragen (waaronder de schrijver dezes) zegt dat genoeg. De algemene sociogeografische positie is anderzijds niet veel veranderd. Kijkend naar de politiek van Dubya Bush is dat allesbehalve vreemd. De stompheid en lompheid van zijn politiek, nationaal en globaal, vertaalt zich direct in ditto lompe muziek, die daarin aan het sublieme geraakt (Wolf Eyes slaagt daar m.i. het beste in). Het is eigenlijk een herhaling van de geschiedenis: dezelfde muzikale Bewältigungsarbeit zien we in de jaren tachtig, toen de clown onder de Amerikaanse presidenten de samenleving ontwrichtte. Geen SST zonder Reagan. De sublimatie van noughties noise is echter van een bijzonder karakter: de geweldadigheid (in mijn recensie van de laatste van Wolf Eyes maak ik een – wellicht onkiese – vergelijking met Abu Ghraib) is extreem, de kunstzinnige abstractie volkomen. En, soms, een rarefactie die steeds ongrijpbaarder wordt, zoals we dat horen in Double Leopards’ ijle quasi-psychedelica, de ijzige feedback-cadansen van Hototogisu of de beknellende ambient van Kevin Drumm.

Hieronder een lijst met de vijf muss habens en een 30-tal andere noisefest referenties (telkens zijn een aantal hoogtepunten van een specifieke artiest genoemd; het is zeker niet exhaustief; opvallend is ook het grotendeels ontbreken van het Japanse contingent – dat vergt een separaat hoofdstuk, omdat Japan al in de jaren negentig de Noise, zoals we die nu kennen, omarmde).

Ik waag te betwijfelen of Noise zich nog kan ontwikkelen; significant is dat een drietal prominente noiseformaties de handdoek in de ring hebben gegooid: Yellow Swans, Double Leopards, Hototogisu zijn niet meer. Maar wie had überhaupt gedacht aan de vooravond van de huidige eeuw dat Noise – het grote Void – een triomfantelijke terugkeer zou maken?

* ter confirmatie is land van herkomst vermeld achter elke titel

1. AufgehobenKhora (UK)
De meest geabstraheerde en academische onder de Noise. Niet voor niets Brits. En dat hun laatste hier op 1 belandt is de uitzondering die de regel bevestigt dat alle Noise Amerikaans is. Treedt sporadisch op, temeer omdat het digitaal verhaspelde geluid live uiterst moeilijk te herhalen is. Khora kun je niet vaak beluisteren, ook niet omdat gevreesd moet worden voor de speakers, maar wat je hoort als je ‘m opzet gaat alle andere Noise ver te boven. In lawaai èn structuur. Da’s de paradox van Aufgehoben (de Hegeliaanse bandnaam verraadt het geheim al!). Precisie door distortion.

Yellow Swans - At All Ends2. Yellow SwansAt All Ends (US)
uit een eerdere bespreking:
Among their prolific output, At all ends is Yellow Swans’ third proper ‘studio album’ and boy does it deliver. Other than the two excellent previous ones, At all ends is entirely beatless. It is an experiment in stretched out feedback, to the point where the guitars fully merge with the electronics. Yellow Swans belong to the vanguard of the current crop of exploiters of the nonmusical elements in music: noise and feedback. Opening track “At all ends” is an organ like dirge which manages to walk the tightrope between strangely soothing ambient and copious washes of incrementally frenzied noise. At the five minute mark it becomes apparent that the track might in fact be a lament sung by the church community, with full on distortion and clamor in the back (indeed, I contend that the album as a whole is church music). With the sea of noise undiminished, even augmented, there’s an oddly melodic riff inserted in the latter half of the number, as if to tease the listener. It’s evocative of the guitar solo, as exemplar, whilst simultaneously denouncing it by mocking it.
And so it goes on and on: precisely tuned noise (if that makes any musical sense) concisely modelled as motivic music par excellence, drawn out over long painterly canvases with a hint of the American landscape. Who needs vocals, let alone lyrics, when the self-expression comes through consummately in the musical material? The noise that Yellow Swans create, or rather control, is anything but negative or gloomy; it is utterly beatific, most aptly manifested in third track ‘Our Oases’ and the following ‘Mass Mirage’, and thus fully aesthetically valid. The knowledge that the title of last number ‘Endlessly Making an End of All Things’, which is the apogee of this devotional sublimity, is derived from a Celan stanza isn’t needed to become convinced of that.

Double Leopards - Halve Maen3. Double LeopardsHalve Maen (US)
Non-faux-psychedelische droom/dronemuziek. Aurale equivalent van Edgar Allen Poe. Beklemmender onmogelijk. Hoe afsplitsing Religious Knives de drone heeft weten te koppelen aan rock en dat vermaledijde the Doors is eveneens metafysisch significant.

4. Wolf EyesHuman Animal (US)
Dit is gothmuziek waarnaar je zonder schaamte kunt luisteren. Strak gestructureerde free jazznoise die toch hogelijk geïmproviseerd aanhoort. Je hebt de instant neiging te zwelgen in het organisch-broeierige en dreigende industrialisme. De krijsende vocalen coalesceren met de snerpende sax op telepatische wijze. Totally deranged en exact geproduceerd. Voor zuiver lichamelijk genot in de muziek moet je Human Animal draaien. Hun beste.

Kevin Drumm - Sheer Hellish Miasma5. Kevin DrummSheer Hellish Miasma 2007 remaster (US)
uit een eerdere bespreking:
It is often claimed in aesthetics – as if almost a truism – that noise and beauty are opposites. I have never really understood this; and I suspect that ideology lies behind it. To me, the most extreme noise in music can be the most beautiful thing, eclipsing anything in nature or pictorial and the plastic arts. The new remix of Kevin Drumm’s aptly called Sheer Hellish Miasma, originally issued in 2002, is a case in point. It is also an illustration of how the sound of the cd, often found inferior to that of the good old vinyl record, sublimely captures, as an expedient, that which it is supposed to convey: musicality. Even the shittiest playing equipment – I’m playing the cd on a Sony Dream Machine, which is nothing but an upgraded alarm clock – reveals the sheer brilliance of the shrieking, digitalized feedback, which reverberates in the room as if it transmigrates, indeed pierces into the ether and becomes physical, pleasantly miasmatic. It’s hard to explain the exhilaration of hearing those high-pitched, jarring tones plaster the space around you. Only digital, it seems, can faithfully represent the aura of such precisely mastered noise: discordance made harmonious through technique. The new remastering, carried out by the artist himself, appears to enhance that singular quality and shows that remasters can be a functional tool in the art of music rather than just a marketing ploy. Whatever the case may be, it’s in the details that one finds beauty, and that holds for noise especially.

en verder in willekeurige volgorde:
Hair Police - Constantly TerrifiedHair Police (US) – The Certainty of Swarms/ Constantly Terrified/ Drawn Dead/ Totaled & Stranded
Black Dice (US) – Beaches & Canyons/ Creature Comforts/ Repo
Boris (JAP) – At Last Feedbacker/ Dronevil Final
Aufgehoben (UK) – Messidor/ Anno Fauve
Dead C (NZ) – Perform Vain, Erudite & Stupid/ s/t/ The Damned/ Future Artists/ Secret Earth
Double Leopards (US) – A Hole is True
Religious Knives (US) – Resin/ It’s After Dark/ Remains/ Live at Big Jar/ The Door
Kevin Drumm (US) – Comedy/ Imperial Distortion/ Imperial Horizon/ Gauntlet (m. Daniel Menche)/ Impish Tyrant
Hototogisu (UK/US) – Some Blood Will Stick/ Chimärendämmerung/ Pale Fatal Sister/ Robed in Verdigris/ Under the Rose/ Volume 1 (m. Burning Stare Core)
Khanate (US) – s/t/ Viral/ Capture & Release/ Clean Hands Go Foul
Julie Mittens (NL) – April-June / s/t
Lightning Bolt (US) – Wonderful Rainbow/ Hypermagic Mountain
Sunn O))) (US) – Black One
Diskaholic Anonymous Trio (US/ZWE) – Live in Japan/ Weapons of Ass Destruction
Mouthus (US) – The Long Salt/ No Canal/ Slow Globes/ Saw a Halo/ Live on Conan Island (m. Yellow Swans)
Ramleh (UK) – Switch Hitter 10″/ Valediction
Skull Defekts (ZWE) – Rotating Feedback & Save the Skulls/ The Black Hand/ Polonium 3″/ Blood Spirits & Drums Are Singing/ The Temple
Skullflower (UK) – Orange Canyon Mind/ Tribulation/ Pure Imperial Reform/ Desire for a Holy War/ Malediction
Sonic Youth (US) – Koncertas Stan Brakhage/ J’accuse Ted Hughes/ Andre Sider af Sonic Youth
Jaz(z)kammer (NOR) – Panic/ Metal Music Machine
Robedoor (US) – Shrine to the Possessor/ Shapeshifter Slave
Text of Light (US) – Metal Box/ Rotterdam 1/ Un Pranzo Favoloso
Wolf Eyes (US) – Burned Mind/ Black Vomit (m. Anthony Braxton)/ Always Wrong/ Black Wing over the Sand/ Moods in Free Time/ River Slaughter/ Completely Wrong (Variations)/ Man Made Hell-Hell Made Man-Made Hell Man/ Solo
Yellow Swans (US) – Psychic Secession/ Mort Aux Vaches/ Deterioration/ Live During War Crimes vol. 1 & 2/ Descension Yellow Swans/ Bring the Neon War Home
Zeitkratzer & Lou Reed (US/D) – Metal Machine Music Live
Dream/Aktion Unit (US) – Blood Shadow Rampage
Caspar Brötzmann (D) – Mute Massaker
AFCGT (US) – s/t (10″)/ s/t (LP)
Maryanne Amacher (US) – Sound Characters 2: TEO
Black Dice & Wolf Eyes (US) – Chimes in Black Water vols 1-3
Lietterschpich (ISR) – I Cum in the Think Tank
KTL (US/A) – 2
Mandarin Movie (US) – s/t

January 10, 2010

het beste van de jaren Nul: Hiphop

Cannibal Ox - The Cold VeinHoe kritisch we – we in de strikte zin: wij, witte mannen (en vrouwen, hoewel dat iets gecompliceerde ligt) met indiesmaak – hiphop moeten benaderen blijft een onderwerp voor verhitte discussie. Het is ook gewaagd om een lijst met tien beste hiphop-albums te noemen, als je, als witte man, maar halfslachtig bent geïnteresseerd in het wel en wee van hiphop.

Het is bekend dat de grootste fans van Public Enemy, dat meest radicale embleem voor het zwarte politiekrevolutionaire bewustzijn, en NWA, rabiate blankenhaters en politiefokkers (althans, dat is de suggestie van hun diatribes op plaat), precies blanke mannen uit de middenklasse waren en zijn. Negeren we gewoonweg de intentie – en de vaak niet zo bewonderens- en lovenswaardige realiteit – achter de muziek, een staaltje van voortzetting van de imperialistische onderdrukking en stereotypering van de zwarte man? Probleem is dat veel van die muziek instant gratificatie oplevert. Wellicht juist een bevestiging van de eigen onderliggende psychologie van de blanke man. En da’s dan op haar beurt weer een ongewilde bevestiging van de voortgaande stereotypering van de zwarte man. Onoplosbare dilemma: wel of niet naar hiphop luisteren.

Madvillain - MadvillainyHiphop schijnt al lang dood te zijn. Maar hoe vaak is dat – net als bij de rock en pop – al niet geroepen? Een wezenlijk onderdeel van de heruitvinding van steeds maar weer hetzelfde beperkte. Iets wat niet veel om het lijf heeft sterft een vroege dood, maar kan ook zo weer opgewekt worden. Met goede, underground hiphop lijkt het de laatste 10 jaar toch echt iets minder te gaan. De resurrectie laat op zich wachten. Veel nieuwe namen duiken niet op en het wachten is steeds op die ene vervolgplaat van een gevestigde naam (bijv. de nieuwe in aantocht zijnd schijnende Madvillain, het samenwerkingsverband van MF Doom en Madlib).

Ik ben geen expert. Ik, witte man met witte-mannen-smaak (en fenomenale fan van Franco, maar da’s iets anders), heb de afgelopen jaren zo af en toe toch behoorlijk genoten van een aantal klassiekers in wording. Of dat nou klassieke hiphop in de trant van Jay-Z (The Black Album, American Gangster), sci-fi rap (Ghostface Killah‘s suprême Supreme Clientele), grime (Dizzy Rascals wonderlijk monotone debuut Boy in Da Corner en vooral Playtime is Over van de veel betere Wiley), crossovers zoals noiserappers Dälek (hun laatste Gutter Tactics is niet verkeerd), de soul van Pharoahe Monch, electronische hiphop van Dabrye (Two/Three) of R&B sterren zoals Beyoncé (Dangerously in Love, met vooral dat nummer Crazy in Love) en Missy Elliott (Miss E…so Addictive) betreft, de endorfinequotiënt gaat omhoog bij herhaald beluisteren.

Opgezwolle - Eigen WereldMaar evenzeer greep ik terug naar de echte klassiekers uit de jaren ’80 en ’90, waarvan er een aantal in een crispe remaster opnieuw werden uitgebracht: N.W.A.‘s absoluut briljant-vulgaire Efil4zaggin – naar mijn idee hun beste, het ontbreken van Ice Cube ten spijt… speaking of which, de remaster van The Predator heeft meerdere draaibeurten mogen beleven hier ten huize. Ook goed nieuws was dat in 2009 eindelijk Funcrusher Plus van Company Flow opnieuw verkrijgbaar was in geremasterde vorm (ofschoon dat bij hiphop helaas nog meer loudness betekent dan in pop, maar hierover later meer). En de door de indie-goegemeente ondergewaardeerde, maar door de echte hiphopper altijd op waarde geschatte 2e van de Beastie Boys, Paul’s Boutique, kwam in geremasterde vorm terug. Instrumentale hiphop was er in de vorm van DJ Shadow‘s The Outsider en nieuwkomeling Flying Lotus, wiens Los Angeles op Warp een excellente schepping in sound design is. En nieuw voor mij was de hele hausse aan Nederlandstalige hiphop. Ik had na Osdorp Posse nooit aandacht aan die enorme kweekvijver, die zich overigens niet alleen in de Randstad bevindt, besteed. Leukste en opwindendste was voor mij toch wel de laatste plaat van Opgezwolle – de inmiddels ter ziele gegane crew uit inderdaad Zwolle.

Clipse - Hell Hath no FuryVeel bekende namen ontbreken: ik heb nooit de moeite genomen om bijvoorbeeld Outkast of Kanye West eens te beluisteren. Witte mannen moeten immers oppassen dat ze niet voorwenden een expert in hiphop te zijn (oppassen, Robert Christgau!). De stem van Adorno wordt steeds gehoord in mij: wat hij over jazz – onterecht weliswaar – zei, kan mutatis mutandis ook op hiphop worden toegepast (en waarschijnlijk wel terecht).

Muss haben:

1. Cannibal Ox – The Cold Vein [Def Jux 2001]
2. Madvillain – Madvillainy [Stone Throw 2004]
3. Opgezwolle – Eigen Wereld [Top Notch 2006]
4. Clipse – Hell Hath no Fury [Zomba 2006]
5. cLOUDDEAD – s/t [Anticon 2001]
6. Eminem – The Marshall Mathers LP [Universal 2000]
7. El-P – Fantastic Damage [Def Jux 2002]
8. Dangerdoom – The Mouse & The Mask [Lex Records 2005]
9. MF Doom – mm…Food [Rhymesayers Entertainment 2004]
10. Antipop Consortium – Arrhythmia [Warp 2002]

en natuurlijk alles van Themselves, die sinds 2009 weer terug zijn!

January 1, 2010

het beste van de jaren Nul: Electronica

Het decennium van de vernieuwende electronica is de 90s, niet de jaren nul. De boeddhistisch-prettige bleeptechno, de klunk van de IDM en de zweeftapijten van de techno-ambient die we zagen op labels zoals Warp (Autechre, Black Dog, LFO, Aphex Twin en Polygon Window en natuurlijk het magisch-kinderlijke retro-debuut van Boards of Canada), de vernieuwende dubtechno van Basic Channel en Chain Reaction (Porter Ricks, Monolake, Vainqueur, Matrix, Various Artists), Richie Hawtins experimentele ontwikkeling van prime techno op Sheet One naar een uniek, bijna classicistisch miminalisme op Consumed, de electronica par excellence van Arovane, de Miami-bass styled beat-o-logy van de Schematic-stal (m.n. de verrukkelijke Schematic compilatie LPs Ischemic Strokes en Lily of the Valley zijn showcases van inventiviteit en sheer pleasure), Acid Planet (Funkstörung!), het opgefokte werk op Skam, de ultra-avantgarde van Mego (Farmers Manual, Pita, General Magic, FennO’berg), de sci-fi electronica-jazz van Low Res en Zalonky’s ruigere gooi- en smijtwerk onder de moniker Crank, de Max-Ernst proliferatie op de vierkante millimeter van Thomas Brinkmann, de ongenaakbare bleep’n’squelch techneuten van Mouse on Mars en hun Sonig-label (waar zijn Wang Inc en Vert gebleven?), de eerstelingen van City Centre Offices (de voorloper van het Boomkatimperium, dé electronica outlet aan ‘t einde van 2009) Pan(a)sonics minimale extremisme, Pole’s verfransende gruis op zijn absoluut sublieme primitieve kleurentrilogie (beluisteren op high end draaitafel!), andere Duitse verbluffende electronische popkunst van de hand van To Rococorot en Kreidler, de academische elektroniek van Institut für Feinmotorik op Staubgold, de mathematische acrobatiek van de minimalistische hoogstandjes van snd op hun eigen label en later op Mille Plateaux, dat verder verantwoordelijk is voor ontelbare juwelen (Sturm en Gas van de gebroeders Voigt), briljant sloppy geformuleerde obscure ideologie (fout natuurlijk) en voorbeeldige compilaties; en laten we ook niet de baanbrekende cd-cut-up techniek van vroege Oval, dat de clicks ‘n’ cuts nog zonder opsmuk introduceerde op de weirde popplaat Wohnton, en Markus Popps latere revolutionaire granulaire synthese-experimenten op Ovalcommers en Ovalprocess vergeten: een dergelijke sterrenconstellatie van schier oneindige verkenning van de electronische korrel in sound wordt steeds dunner gezaaid naarmate de jaren ’00 voortschrijden. Het is natuurlijk ook lastig om met iets nieuws te komen, als de parameters van electronica al zo nauw zijn.

Toch zijn er tussen 2000 en 2009 wel een aantal mooie electronica platen verschenen en zelfs een aantal classics (Fennesz, Mordant Music, Demdike Stare) maar het is opvallend dat de beste toch aan ‘t begin van het decennium zijn verschijnen. Dat is een indicatie van het feit dat het tijdperk van de electronica definitief achter ons ligt en dat het meeste wat tegenwoordig verschijnt mosterd na de maaltijd is – ofschoon de nieuwe van Monolake, Silence, met z’n extreem clare & distincte sound een nieuwe weg lijkt te wijzen.

Ook zien we een herhaling van wat eerder al beter, vaak veel en veel beter, gedaan is. De silly hypnagogic pop-hype van 2009, met namen als James Ferraro, Ohneotrix Point Never, Emeralds, opvallend allen Amerikaans, die een gigantesque luddisme tentoonspreiden dat haaks staat op het avantfuturisme van de eerdere generatie, is indicatief voor de regressie die de electronica van nu tekent. De ongeloofwaardige interesse voor de ‘foute’ (en mijns inziens vooral saaie) synth-muziek uit de jaren zeventig en tachtig (Klaus Schulze, Tangerine Dream, Harold Faltermeyer; dan is Jean-Michel Jarre, de man met de musique concrète-achtergrond, toch tienduizend keer interessanter?) is oorzaak van de postmodernisering van de pop na 2000 (zelf een opvallende post factum act, want in de literatuur allang passé): vorm gaat voor inhoud en dat is op z’n minst gek in muziek, waar vorm de inhoud is; de pop van nu is dus eigenlijk geen muziek pur sang, maar geluidsopsmuk van sociologische styling.

De vormexperimenten van de 90’er jaren, die teruggaan op vernieuwende electronische muziek in de compositie bij Stockhausen, Pierre Henry, Maderna en anderen in de jaren 50 en zestig, hebben plaats gemaakt voor de loutere citering en de schier oneindige mogelijkheden van de crossover met de opeenstapelingen van adjectieven (twostep wordt grime, wordt dubstep wordt dubsteptechno; het verschil kunnen horen tussen microhouse, minimal techno, dubambient etc. vergt de Sachverständnis van een popjournalist die de termen zelf uitvindt). Een act van Geschichtsvergessenheit en anti-modern primitivisme. De internetexplosie en de proliferatie van huisvlijt is hier mede debet aan: studio-trickery, polyfonie en geluidsexploratie in de diepte, dat we bijvoorbeeld horen bij de eerste Warp-artiesten, of de muzikale exploitatie van de digitale mogelijkheden van software bij Mego zijn niet besteed aan iPodluisteraars. De chromatisering van electronica in de dubtechno van Basic Channel en Chain Reaction-artiesten – beste voorbeeld: Monolake’s vroege 12”s en debuutcd Hong Kong, een absoluut meesterwerk – wordt nu als commodity te pas en te onpas ingevoegd in het geluidspalet (neem de ontwikkelingen in de techno-dubstep crossover met onze eigen, overgehypte, Martyn en 2562, die bepaald ongunstig afsteken bij de orthodoxe interpretatie van een Deepchord en Intrusion; of de oneindige regressie in de granulaire synthese van een Mountains, Black to Comm, Fennesz-imitator Tim Hecker, Stephan Mathieu en ga zo maar door; wie kent ze nog over pakweg 10 jaar?).

Ook de naiveteit en de pastoralisering van de electronica doet zijn intrede: het Morr label en mutatis mutandis het Zweedse Häpna mixen kinderachtige synthipop-thema’s, tweedehands indieriffjes met bliep-en-piep, veelal akoestisch, waarvan zogenaamd tongue-in-cheek Morr nog wel de grootste boosdoener is (waar is Morr eigenlijk?). Ook Kieran Hebdens Four Tet experimenten met samples uit het rurale veld en mockjazz invecties, al snel gedoopt tot folktronica, zijn teleurstellend te noemen. Zijn meest beklijvende producties zijn die voor andere, niet-electronica muzikanten (zijn collaboraties met Sunburned Hand of the Man, Fire Escape uit 2008 en de nieuwe A, die binnenkort uitkomt, zijn sublieme concocten, Teo Macero-style, van folknoise weirdness en electronica).

Als laatste zien we een verdere pointillisering van de electronica, voortbordurend op wat Mille Plateaux al deed in de 90s: Raster Noton, 12K, Sirr, Room40 zijn (ook nu nog) de meest interessante labels, met Bernhard Günters label Trente Oiseaux wellicht de meest verfijnde en verstilde. De meest vergaande is Ryoji Ikeda, die na zijn meesterwerk +/- uit 1996 zijn soundpalet op streng mathematische wijze verder perfectioneert. De noughties-trilogie Matrix/Dataplex/Test Pattern is deel van zijn globale soundart/multimedia project dat in de electronica, zowel wat impact als kritisch potentieel, zijn gelijke niet kent. Mathematisch gecalculeerde mimese van een mathematisch calculerende maatschappij.

Toch: de muziek in deze avantgardistische hoek van de electronica – of is het nog muziek? – is volstrekt oncommercieel en de ene plaat is moeilijk van de andere te onderscheiden. De ene click of patch klinkt als de andere en het is de vraag in hoeverre hier, gezien de limietloze vloed aan cds en limited editions, de op zich lovenswaardige cottage industry aanpak (vaak gepaard gaand met zeer kunstzinnige verpakking in allerhande onhandige formats) niet zichzelf aufhebt tot een nieuwerwets mercantilisme, waaraan de kunst zelf ondergeschikt is. De inwisselbaarheid van zelfs de beste cds roept de vraag op: wanneer moet ik stoppen? Moet ik die nieuwste Alva Noto nou echt wel hebben? Is de einder van de modische Verfransung en extreme proliferatie in de electronische popmuziek in zicht?

Maar wat zijn dan de notwendige electronica platen van de afgelopen 10 jaar? Hieronder de 5 albums die man unbedingt haben muss en een willekeurige lijst met een 40-tal essentiële namen in het veld in de jaren 0. Subjectief, doch kenmerkend.

Muss Haben:

Autechre – Confield [warp]
Autechre - ConfieldAutechre’s ontwikkeling van IDM duo, met z’n duidelijke wortels in hiphop en electro, tot softwaremanipulators is een gestage abstrahering uit het prettigconformistische moeras van electronische dilletanten. Nadat ze vanaf Chiastic Slide hun eigen software ontwikkelen voor hun platen wordt het allengs ijler en rauwer. Hoogtepunt is Confield uit 2001, een gothisch monster dat verklankt hoe de maatschappij aan het begin van het decennium een Frankensteinlab is dat door z’n rationele beginsel voor experimentatie consequent te vervolgen de grootste gedrochten produceert. Het principe van de wetenschap komt erop neer dat je eruithaalt wat je erin legt. De natuur kan soms onverwachte verrassingen opleveren. Autechre is de perfecte configuratie van a-sociale kunst die toch streng refereert.

Fennesz – Venice [touch]
Fennesz - VeniceEndless Summer wordt vaak genoemd als Fennesz’ ultieme statement, maar het is veeleer een transitieplaat. Opvolger Venice laat veel beter -d.w.z. minder artificieel- zien hoe de glitch in pop werkt. De noise-lyriek die je op het prettig bijtende en nog stevig in de vroege Mego-stijl on-gepolijste ruwe diamant plus forty seven degrees 56′ 37″ minus sixteen degrees 51′ 08″ al in nuce kon horen, wordt op Venice beter gestructureerd en afgemeten: het is een softwarematig geproduceerd elegisch adagietto over een hele plaatlengte. Venice (en misschien ook diens opvolger Black Sea uit 2008) laat zien hoe Fennesz digitale chromatiek met zin voor eenvoudige tonale melodie in de pop gestalte geeft. Gewoon modern-romantische popmuziek dus. Voor Mahler-nutters die even geen Mahler op willen zetten.

Lawrence English – Kiri No Oto [touch]
Lawrence English - Kiri No OtoKiri No Oto schijnt Japans te zijn voor ‘geluid van de mist’. En dat is wat je, met enige verbeelding en amplificatie, ook te horen krijgt. Het is ambient die tegelijkertijd behoorlijk noisy klinkt: een enorm dichte, claustrofobische sound die toch vederlicht in het gehoor ligt. Het zalvende lawaai van het derde nummer op de cd, passend getiteld White Spray, laat dit het best horen. Zoals een collega het verwoordde, wat je hoort doet kalm èn op een of andere manier industrial aan. Net als Fennesz speelt English met de signal-to-noise ratio als het basismateriaal voor zijn muziek. En net als Fennesz is de focus op de suggestie van harmonie en een zekere mate van lyriek, die wordt geconstrueerd uit dat spel met statische elektriciteit. Hoe krijg je uit de rauwe en op zich arbitraire menigvuldigheid van bits of pure sound als bouwstenen een serie tracks die genoeg eigenheid hebben en op zijn minst de schijn van onderlinge samenhang hebben? English laat horen hoe. Esthetisch gesproken is wat English op Kiri No Oto presteert je zuiverste muzikale schepping op het meest basale niveau. Het is experimenteel en toch beslist niet abstract of afstandelijk. Een verplichte cd voor hen die hun drones graag bij tijd en wijle met een portie distortion geserveerd willen, maar niet vies zijn van melodie. [uit de recensie eerder verschenen op Cut-Up]

Deepchord presents: Echospace – The Coldest Season [modern love]
Deepchord presents: Echospace - The Coldest SeasonRip-off van Basic Channel? Jazeker, maar wel een perfecte. En zo mogelijk nog een betere remake dan het origineel. Waar Basic Channel bij tijd en wijle de stompende kick-drum er lomp ingooit, weet Deepchord het insistente ritme op subtielere wijze in de totaal gespatialiseerde sound te verweven. The Coldest Season is vooruitgang door micrologische verschuiving. Minimalisme zoals het hoort!

Mordant Music – Dead Air [MM]
Mordant Music - Dead AirHauntology is de rigueur dezer dagen. De Hauntologists van Mordant Music -eigenlijk is het nu nog maar een man, Ian Hicks – combineren duister sarcasme met carpe diem genot – beats! – en een eccentriek gevoel voor welgemeende distantie (zelfs het ‘from’ bij de adressering op de achterkant van de envelop, waarin ik onlangs een plaat van z’n label kreeg opgestuurd wordt geschreven als froMM – begrijpt u? – een talige kwinkslag die al zijn conversatie met de buitenwereld kenmerkt). Op Dead Air uit 2006, een vroeg meesterwerk, wordt deze Britse weirdness breed uitgemeten in de context van radiofragmenten uit de oude doos op een eerie bed van ongemakkelijk georkestreerde beatmuziek in de lijn van Luke Vibert. Dead Air heeft brisance!

En verder:
Autechre – Quaristice
Asa Chang & Junray – Junray Song Chang / Tsu Gi Ne Pu
So [Oval] – s/t
Mouse on Mars – Idiology/ Varcharz
Fennesz – Endless Summer/ Black Sea
Lawrence English – For Varying Degrees of Winter/ A Colour for Autumn
Ryoji Ikeda – Matrix/ Dataplex/ Test Pattern
Lappetites – Before the Libretto
Monolake – Ice.Stratosphere 12”/ Silence
Murcof – Martes&Utopia / Cosmos
Newworldaquarium – The Dead Bears
Pole – Steingarten/ Steingarten Remixes
snd – stdio/ tender love/ 4,5,6/ atavism
Biosphere – Cirque
Rhythm & Sound – s/t
Morgan Geist – Double Night Time
Boards of Canada – Geogaddi
Fennesz/O’Rourke/Rehberg – The Return of FennO’Berg
Thomas Brinkmann – Klick
Moritz von Oswald Trio – Vertical Ascent
Arovane – Atol Scrap
Claro Intelecto – Metanarrative
Ekkehard Ehlers – Betrieb
General magic – Rechenkönig
ø – Oleva
Mordant Music – The Tower Parts VIII-XVIII/ syMptoMs
Vladislav Delay – Entain/ Anima/ Tummaa
Intrusion – The Seduction of Silence
Telefon Tel Aviv – Immolate Yourself
Junior Boys – Last Exit/ So This is Goodbye/ Begone Dull Care
Mika Vainio – Kajo
Pan Sonic – Aaltopiiri/ Kesto
Jan Jelinek – Loop-Finding Jazz Records/ Kosmischer Pitch
Stilluppsteypa – The immediate past is of no interest to us – 10 years of continuous pointless activities
Demdike Stare – Symbiosis
Flying Lotus – Los Angeles
Paul Wirkus – Déformation Professionnelle
Ben Frost – By the Throat
Deepchord – Vantage Isle Sessions
Rod Modell & Michael Mantra – Radio Fore
Rod Modell – Incense & Black Light
Hell – Teufelswerk