Prurient – Bermuda Drain (lp)

Prurient - Bermuda DrainZij die de grenzen opzoeken bereiken die ook getuige de impasse – hoe kan het ook anders – in de noise. Het vorige decennium, de zgn noughties, kenmerkte zich door een haast pervers genot in transgressie in geluid – waarschijnlijk als een directe reflectie van de politieke situatie in het Amerika van Bush. Nadien is de spoeling dunner geworden. Opmerkelijk bijvoorbeeld is dat de vaandeldragers van het genre, Wolf Eyes, sinds 2009 nagenoeg niets meer hebben uitgebracht. Dat betekent niet dat er helemaal geen opwindende noise-platen meer worden gemaakt. One Bird Two Bird van Akita/Gustafsson/O’Rourke, eerder dit jaar verschenen, is een excellent beheerst staaltje pokkeherrie. Ook de zojuist uitgekomen nieuwe van Mika Vainio, een exercitie in guitar-based electronische noise, is uitstekend en doet onmiddellijk aan het beste van Pan(a)Sonic denken. Maar behalve een enkele plaat zoals die van Cut Hands, een verrassend afronoise album van William Bennett, grootmeester in noise van het power electronics duo Whitehouse, wordt er niet echt vooruitgang geboekt.

En dan blijkt een stap achteruit juist progressie. Neem nu de nieuwe van Prurient, een eenmansformatie wier noise-albums te boek staan als kleine klassiekers (Black Vase, Pleasure Ground), maar die ik altijd gemeden heb omwille van een voor mij te expliciete fascinatie met fetisj en grensoverschrijdende sex/geweld. Dat lijkt op nieuwe LP Bermuda Drain nog steeds het geval te zijn en ook de power electronics tropen gruizigheid, eindeloze loops van rauwheid en schrille gitaren en de puberale schreeuwvocalen zijn nog altijd aanwezig. Maar daarbij zijn gevoegd spookachtig aangezette soundtrack-schilderingen waaroverheen een monotone spreekstem – in mock-metal modus – goedkoop angst probeert aan te jagen, hyper-catchy melodieën rechtstreeks uit de casio, en overvloedig met synths gelardeerde percussieve electro-slagen. Nummer ‘A Meal Can Be Made’ – quel titre! – blinkt hierin nog wel het meeste uit.

Het overtreft alles wat Cold Cave, waarvan de man achter Prurient, Dominick Furnow, ook lid is, ooit aan gothische kitsch heeft geproduceerd. Bermuda Drain is voorbij pastiche en spreekt het viscerale direct, zonder enige bemiddeling van technische hoogstandjes, aan.

Het subject kan gewoon niet anders dan zich overgeven aan de jouissance van de op Bermuda Drain geserveerde eclectische post-noise van recht voor zijn raap synthpop cum onvervalste power electronics. Retro klonk nooit zo overtuigend en primitief. En wie had gedacht dat noise nog vooruit kon? Het verbergt de kitsch geenszins, maar tegelijkertijd klinkt de winst van 10 jaar vervaarlijk asociale noise goed door. De effecten zijn goedkoop maar het effect op het gehoor is des te doeltreffender. Prurient has gone pop!

Advertisements
%d bloggers like this: