Animal Collective: Avantpop of mainstream?

Animal Collective - MerriweatherJa, natuurlijk helemaal vergeten… of misschien opzettelijk niet vermeld in N/O’s laatste verslag over de Avantpop van de laatste tien jaar? Animal Collective is inmiddels tot de (relatieve) mainstream doorgedrongen en kan eigenlijk geen avantpop meer worden genoemd, waar het dat ten tijde van debuut Spirit They’ve Gone, Spirit They’ve Vanished en weirde opvolgers Danse Manatee en Here Comes the Indian, die in de lijn van wat The Wire de New Weird America-scene noemde (Tower Recordings, Six Organs of Admittance, Sunburned Hand of the Man etc.) lagen, nog zeker wel was. Hieronder de recensie van hun laatste reguliere, Merriweather Post Pavillion, die eerder verscheen op het inmiddels ter ziele gegane Cut-Up aan het begin van 2009, waarin door de schrijver dezes nog de loftrompet wordt gestoken over het “modernistische” werkje. Of dat positivisme nog steeds geldt….

“De plichtmatige verwijzingen naar de Beach Boys wanneer het Amerikaanse Animal Collective ter sprake komt zij de popscribenten vergeven. De laatste cd – hun achtste als we live-album Hollinndagain meerekenen – lijkt op het eerste gehoor immers hun regelrechte Pet Sounds-album te zijn geworden. Zelf ontkennen ze direct beïnvloed te zijn, maar het vocale ensemble van zangers Dave Portner (aka Avey Tare) en Noah Lennox (aka Panda Bear) doet toch wel erg denken aan de Beach Boys, al zullen ze nooit het technische niveau van de stemmenacrobatiek op een Good Vibrations of This Whole World kunnen evenaren.

De vergelijking tussen Animal Collective en Beach Boys moet niet te ver doorgetrokken worden. Die fijne melodische vocaallijnen zijn slechts een vehikel voor het muzikale vormexperiment dat op Merriweather eindelijk goed zijn beslag krijgt, en het eigenlijke centrum van de Animal Collective sound uitmaakt. Hun vorige platen leunden erg aan tegen de typische freakfolk/tribal-sound van de eerste helft van dit decennium, wat prachtige en prettige staaltjes van regressietherapie voor burgers met smaak opleverde zoals het ijzersterke debuut Spirit They’ve Gone en het redelijk bizarre Here Comes the Indian. Die platen, tot en met het poppy Feels van drie jaar geleden en Strawberry Jam uit 2007, dat als een voorstudie van het nieuwste album kan worden gezien, hadden iets opzettelijk contrairs en lummeligs. Niet in het minst werd dat geëffectueerd door Tare’s onmiskenbare geblèr, dat als een primitief soort Hegeliaanse ‘kadenzierter Interjektion’, een subjectief-innerlijke toeëigening van het klankenmateriaal, fungeerde. Het waren emotionele platen in de goede zin van het woord. Dat quasi infantiel-surreële aan Animal Collective vond ik persoonlijk altijd het aantrekkelijke aan hun sound: het bood een beschaafde uitlaatklep voor het projecteren van je dagelijkse frustraties over het moderne burgermansbestaan. Maar op Merriweather weten ze op vernuftige wijze in de muziek zelf counterpoint toe te voegen aan hun vocale melodieën, waardoor het geheel door een vreemd soort symfonische cadans volledig geïntegreerd geraakt is. Dat het allemaal zo georkestreerd klinkt is natuurlijk mede te danken aan het hogere opnamebudget. Nooit eerder klonk een Animal Collective plaat zo goed.

Als er al een vergelijking met de Beach Boys gemaakt kan worden, dan is Merriweather de moderne, elektronische tegenhanger van nummers als ‘Til I Die en Surf’s Up of de meerstemmige delen in Cabinessence afkomstig van 20/20, de beste voorbeelden van harmonische configuratie in Beach Boys late stijl. Person Pitch, Panda Bears alom gelauwerde tweede soloplaat, lijkt hier de katalysator te zijn geweest: de muziek zelf is nu bijna volledig synthetisch opgebouwd uit beats, samples en elektronische noise. Wat bijzonder is is dat, het hakkelige Taste uitgezonderd, het nergens gemaakt of geconstrueerd klinkt. Het is niet simpelweg clicks‘n’cuts met lyrics. Integendeel, de sound correspondeert bijna organisch met de melodieën (luister bijvoorbeeld naar Summertime Clothes). Dat de gitaar schittert door afwezigheid – op zich te betreuren – kan hieraan nog wel eens hebben bijgedragen, omdat in pop de gitaar nog te vaak de dictatuur van de vorm is. Waar Animal Collective voorheen, zoals op Sung Tongs, vooral akoestische liedjes maakten is de sound nu totally wired, waardoor ze naar mijn idee in feite het popquotiënt juist hebben weten te verhogen. In volledig contrast met de slalommende janboel van Here Comes the Indian of Hollinndagain is op Merriweather elke gratuite dwang tot improviseren of gepriegel nagenoeg verdwenen of minstens gekanaliseerd. Aan de andere kant is de rol van het repetitieve nu juist krachtiger geworden. Wat Animal Collective tot moderne, ja modernistische pop maakt is dat je niet tot het volgende refrein hoeft te wachten voor de pakkende deun: die is gewoon, zoals op prijsnummer Guys Eyes, van meet af aan ad infinitum geloopt. De beheersing van het materiaal op Merriweather, de samenhang tussen melodie en technologie is misschien niet 100% perfect (zie daarvoor het welhaast onovertrefbare D.I. Go Pop van Disco Inferno uit 1994), maar zeker is dat Animal Collective met dit album nu al een van de beste platen van 2009 heeft afgeleverd.”

Advertisements
%d bloggers like this: