het beste van de jaren Nul: Avantpop

The Fall - The UnutterableNa lang reflecteren moet toch tot de slotsom gekomen worden dat avantpop, sowieso een couveusekind, op sterven na dood is. Een blik op de lijstjes die een half jaar geleden, tegen het einde van het vorige decennium, werden gepresenteerd in de bekende popbladen en op de blogs en sites waarvan men zegt dat ze er toe doen brengt een instant depressie teweeg in de gemoedstoestand. Het is allemaal softburgerlijk ongevaarlijk materiaal – een mix van veilig blank en pseudo-gevaarlijk zwart – dat op de draaitafels thuis ligt bij de zelfverklaarde cognoscenti. En dan wordt in OOR (en elders) ook nog gezegd dat de smaak van de scribenten zo ver afstaat van de smaak van het gewone publiek. Wat is die smaak van het gewone publiek dan wel, als die van de connaisseur al zo pedestrian is? Totale vervreemding treedt hier bij ons van de N/O redactie op bij het zien en horen van zoveel filistinisme in popland, bij makers en “professionele” luisteraars. Er bestaat een algehele doofheid die, gepaard met arrogantie, erop uit is te onderdrukken, bij zichzelf en bij de ander, wat niet gehoord mag worden.

Wij herinneren ons nog heel goed Disco Inferno, de profetisch-briljante band die, behalve in The Wire, ook in eigen land (natuurlijk: Engeland!) niet geëerd werd – de band die, in de vroege jaren negentig, het template voor avantpop afleverde. Maar wat is eigenlijk avantpop? Heel eenvoudig, pop met een even grote ambitie voor een goede popdeun als zucht naar experiment, uitstijgen boven de gemene deler. Als pop het meest subject-bezogene genre in de populaire muziek uitmaakt, wordt pop ‘avant’ waar middels de productie en gerichtheid op de meer experimentele varianten binnen de dance of electronica, nog iets anders mee gaat spelen dan alleen de lyrische uitdrukking in 3 akkoorden en een refrein. Dat geldt mutatis mutandis ook voor de beste ‘rock’, een term waar wij van N/O normaliter niet erg blij mee zijn vanwege de onkritische masculiene connotaties; Shellac is wat dat betreft voorbeeldig, want in de complexe ritmische structuur van hun songs (!) wordt het testosterongehalte van classic rock door middel van pastiche op de spits gedreven, zonder prog te worden. Riffs worden gekortwiekt, door de in de nummers ingelaste pauzes – een kenmerk van skill – ontzenuwd. Daarmee ontbloot Shellac door mimesis de kern van rock.

Disco Inferno - D.I. Go PopDisco Inferno’s D.I. Go Pop, uit het annus mirabilis 1994 dat o.a. ook Bark Psychosis’s popmeesterwerk Hex en Butterfly Child’s Beaujolais EP opleverde, is het exemplum van avantpop. Door nieuwe technologie verkende Disco Inferno, na hun overigens niet te versmaden door Martin Hannett geproduceerde werk als Joy Division-epigonen (verzameld op In Debt), op ongekend vernieuwende wijze de interface tussen electronische techniek en gitaarpop, waarbij de gitaar was aangehecht aan een MIDI-bemiddeld bedwelmend amalgaam aan gesamplede geluiden (elke snaar triggerde een veelvoud aan samples en geluidsbronnen) op een bed van stuwende bas en electronische drums. Ook tekstueel mocht D.I. er zijn, met een aan goede pop eigen romantisch-lyrische inslag die excentrisch, gesteund door omineuze klanken, de status quo de wacht aanzegt. In interviews beklaagde Iain Crause, lead singer en brein achter D.I., zich over de discrepantie tussen verbeelding en technologie: de technologie was niet snel genoeg om de verbeelding bij te benen. Dat is avantpop ten voeten uit: de verbeelding zet de lijnen uit die de niewste, beschikbare technologie moet volgen. En niet andersom.

Dat is nu anders: door de vergaande digitalisering van zowel consumer als producer technology (ProTools, iPod, het beluisteren èn produceren van muziek op laptop, zodat studio en stereo overbodig lijken) is de ruimte tussen verbeelding en technologie zodanig klein geworden, dat technologie – ook door Durchkapitalisierung van de cultuur – de verbeelding dicteert, die krampachtig en gedwee volgt. Dat leidt tot dwangmatige, halfbakken ideeën en formats, of het geforceerd ad hoc synthetiseren van glitch, sample en song (vgl. het op eerste gehoor niet onaardige The Books, dat getapete spoken word als zang gebruikt). Pop – op een aantal uitzonderingen na – bevindt zich in een Sackgasse. En dat is des te significanter gezien de enorme toevloed aan bandjes en nieuwe artiesten, een teken van een toename aan democratie, zeker, en minder gebondenheid aan platencontracten dat positief en negatief is, want de spoeling wordt steeds dunner (genialiteit neemt niet gelijk evenredig met de verhoogde productiviteit toe). Kwantiteit was nooit een teken van kwaliteit.

Stereolab - Fab Four SutureIn tegenstelling tot de vroege jaren tachtig, waarin er in binnen de contouren van de mainstream lustig op los werd geëxperimenteerd met pop van allerlei schnitt, vaak met een mix van dance en soul (denk ABC, Talk Talk, Human League e.a.), die ook nog eens commercieel aantrekkelijk was, lijkt het nu bijna onmogelijk dat avantpop de charts zal bestijgen. Tegenwoordig heb je hetzij chart fabriekspop (Rihanna, Lady Gaga etc. etc.) of liever ‘pap’ (Engelse connotatie) hetzij indie (die al net zo ‘pap’ is, ‘pap’ namelijk voor beschaamde mensen die van zichzelf niet willen weten dat hun smaak eigenlijk niet anders is dan die van de gewone man die zonder schaamte naar ‘pap’ luistert – i.e. alle fans van de Arctic Monkeys en Radioheads van deze wereld): twee rijken die elkaar rakelings missen.

Toch waren er in de afgelopen tien jaar zeker wel – her en der – juweelstjes van avantpop te vinden in het niemandsland tussen pop en experimenteel (die laatste ook vaker meer zelfbevredigend dan verlichtend). Het is gelukkig niet alles kommer en kwel. Hieronder een tweetal bescheiden lijstjes met de avantpopwerkjes die een glimmer van betere tijden in de pop lieten zien, ofschoon – nogmaals – onze verwachtingen ten aanzien van een toekomstige popband met de ongemerkte impact van D.I. niet hoog zijn. Steek uw licht op!

Arnth van Tuinen:
1. StereolabFab Four Suture (Duophonic 2006)
1. MonadeMonstre Cosmic (Too Pure 2008).
Monade - Monstre Cosmic«Intelligente pop après retro-futurisme? Op deze single-verzamelaar klinkt stereolab complex en to-the-point tegelijk, met new wave baslijntjes en bubbelende discoloopjes: misschien wel de synthese van het vroegste lyrische Too Pure werk en de zich langzaam in barokke versieringen en McEntire-productie verliezende volwassen, of moeten we zeggen laat-burgerlijke?, stijl. Fab Four Suture had een zwanenzang moeten zijn, of in een betere wereld een million-seller, een plaat die je aan iedereen zou willen laten horen, maar dan toch liever voor jezelf houdt. Zangeres Laetitia Sadier maakt vervolgens op Monstre Cosmic een (ten aanzien van Stereolab) glorieuze versimpelde pop van elegante bespiegelingen, waarin deze oren heel specifieke echo’s van jaren 80 franse pop en misschien zelfs het klassieke chanson zelve aantreffen.«

3. LovedanceResult (2007 Marsh-Marigold)
4. Trumans WaterYou’re in the Line of Fire and They Are Shooting at You (Homesleep 2003)
5. TarwaterThe Needle Was Travelling (2005 Morr)
6. Sea and CakeOne Bedroom (2003 Thrill Jockey)
7. Death From Above 1979You’re a Woman, I’m a Machine (Vice Records 2004)
8. Matt ElliottDrinking Songs/Failing Songs/Howling Songs (trilogie op Ici d’Ailleurs 2004, 2005, 2008, nu als box goedkoop aan te schaffen)
9. Bark PsychosisCodename: Dustsucker (Fire Records 2004)
10. Avec AisanceVivre dans l’aisance (eigen beheer 2004)
11. Volcano!Beautiful Seizure (Leaf label 2005)

Dennis Schulting:
1. Junior BoysSo This is Goodbye (Domino 2006)
Junior Boys - So This is Goodbye«Als we afgaan op het criterium dat pop altijd moet gehoorzamen aan de Wet van Noodzakelijke Baanbrekendheid, dan verliest deze tweede van Junior Boys het volgens menigeen van hun debuut, Last Exit, dat op vernuftige wijze two-step koppelde aan romantisch geïnflecteerde pop. Waar Last Exit opzienbarend was lijkt So This is Goodbye een stap terug. Niets is minder waar: So This Is Goodbye is de volkomen natuurlijke stap in de ontwikkeling van Junior Boys als dé synthipopband van de jaren Nul. De subjectief-kritische distantie in de teksten wordt perfect gereflecteerd in de softpop electro van de muziek. Toppunt van motivische compositiekunst.«

2. WireSend (cd)/ PF456Redux (lp) (Pink Flag 2003)
3. Ikara ColtChat and Business (Fantastic Plastic 2002)
4. The Soft Pink TruthDo You Want New Wave or Do You Want the Soft Pink Truth? (lp Sounds like 2004)
5. BroadcastHaha Sound (Warp 2003)
6. Black DiceCreature Comforts (Fat Cat 2002)
7. One More GrainIsle of Grain (White Heat 2008)
8. Dirty ProjectorsRise Above (lp Dead Oceans 2007)
9. Kassin+2Futurismo (Luaka Bop 2007)
10. The ChapMega Breakfast (Lo Recordings 2008)
welcome back: Prefab SproutLet’s Change the World With Music (Kitchenware 2009)
nèt niet: ReignsThe House on the Causeway (Monotreme 2009)

The Soft Pink Truth - Do You Want New Wave or Do You Want the Soft Pink Truth?

Categorie ‘Onvermoeibaar’:
The FallThe Unutterable/ The Real New Fall LP/ Fall Heads Roll/ Post-TLC Reformation!/ Imperial Wax Solvent
Shellac1000 Hurts Professional/ Excellent Italian Greyhound
TortoiseStandards/ It’s All Around You/ Beacons of Ancestorship
Robert WyattCuckooland/ Comicopera
Yo La TengoAnd Then Nothing Turned Itself Inside Out/ Summer Sun/ Fuckbook (Condofucks)

Tekst: Arnth van Tuinen & Dennis Schulting

Advertisements