enkele stichtelijke gedachten van bert brecht (bij monde van de oudchinese filosoof me-ti)

OVER DE TERREUR

enkele stichtelijke gedachten van bert brecht (bij monde van de oudchinese filosoof me-ti)

Me-ti heeft gezegd: De terreur versterkt de lafheid en de moed, twee eigenschappen die voor dictatoren zeer gevaarlijk zijn.

OVER DE UITPUTTING VAN HET VERTROUWEN

Me-ti heeft gezegd: Het vertrouwen van de volkeren raakt uitgeput doordat er beroep op gedaan wordt.

KUNNEN DE KUNSTENAARS STRIJDEN?

Ten tijde van de uiterste onderdrukking door Hi-jeh vroeg een beeldhouwer aan Me-ti, welke motieven hij kiezen kon als hij de waarheid getrouw wilde blijven en toch niet in handen van de politie vallen. Maak een zwangere arbeiders-vrouw, ried Me-ti hem aan, en laat haar met een zorgelijke blik haar lichaam bezien. Dan heb je al veel gezegd.

DE SLECHTE AMBTENAAR

enkele stichtelijke gedachten van bert brecht (bij monde van de oudchinese filosoof me-ti)Me-ti schilderde  de slechte ambtenaar als volgt: Hij is uitgezonden om het verkeer in goede banen te leiden, maar hij staat het verkeer in de weg. Hij is duur, niet alleen door wat hij doet, maar ook door wat hij niet doet. Hij kost meer dan zijn wedde. Zijn ambitie is onontbeerlijk te zijn. Wanneer hij uitgevoerd heeft waartoe hij opdracht heeft gekregen, blijft hij aan — en wanneer hij het niet uitgevoerd heeft, omdat hij daartoe onbekwaam is, blijft hij ook aan. Doorgaans is hij lui, maar wanneer hij vlijtig is, schaadt hij niet minder. Meestal is hij omkoopbaar, maar als hij niet omkoopbaar is, kan men hem er helemaal niet toe krijgen een stap te verzetten. Zelfs wanneer er niets meer te besturen valt, gaat de bestuurder niet weg.

OVER DE ONONTBEERLIJKHEID DER ECONOMISCHE LEIDERS

enkele stichtelijke gedachten van bert brecht (bij monde van de oudchinese filosoof me-ti)Me-ti maakte zich dikwijls vrolijk over het sprookje dat de economische leiders in omloop gebracht hadden over hun onontbeerlijkheid. Hij zei: Ze stellen de arbeiders de economie altijd enorm gecompliceerd voor, en dat is zij ook, maar alleen zolang zij er zelf zijn om haar gecompliceerd te maken. Zij zelf zijn namelijk de grootste complicatie. Hun economie is van alle plan verstoken, de een arbeidt tegen de ander, de een maakt winst door het verlies van de ander, en wanneer zij zegggen dat het zo moeilijk is dergelijke plannen te maken, dan moet men hun antwoorden dat het volslagen onnodig en zelfs schadelijk is. Hun gecompliceerdheid is de gecompliceerdheid van de wanorde, hun arbeid is gericht op de instandhouding en vergroting der wanorde, waaruit zij winst behalen. Deze economische leiders zijn alleen onontbeerlijk voor de wanorde, hun gedachten zijn alleen waardevol voor uitbuiting.

WAT HET VERSCHIL MAAKT

enkele stichtelijke gedachten van bert brecht (bij monde van de oudchinese filosoof me-ti)De leerling Ro sprak: Dat er armen en rijken bestaan, dat is een ongerechtigheid. Me-ti voegde eraan toe: van de rijken. De leerling Ro sprak: De liefde tot de gerechtigheid is onder de armen groter. Me-ti sprak: Dat weet ik niet. Maar de armen zijn op de gerechtigheid, de rijken op de ongerechtigheid aangewezen, dat maakt het verschil.

ME-TI HEEFT GEZEGD:

In de tijden dat de armoede alles overstroomt, kennen weinigen de bronnen van de armoede. Wanneer de overstromingen tijdelijk afnemen, maken dezen zich belachelijk wanneer ze op de opdrogende bronnen wijzen. Alles schijnt immers beter te gaan. De regering, die op het tijdstip van de verbetering toevallig aan het roer stond, wordt geprezen om haar gedegenheid. Zelfs kleine verlichtingen worden als geweldig ervaren, waar opperste armoede geheerst heeft. De vrienden van de armen echter worden als opruiers vervolgd. Ze lijken op lieden, die tijdens een windstilte over de breekbaarheid van de scheepsbodem spreken.

VELE MANIEREN VAN DODEN

enkele stichtelijke gedachten van bert brecht (bij monde van de oudchinese filosoof me-ti)Er zijn vele manieren om te doden. Men kan iemand een mes in zijn buik steken, hem zijn brood roven, hem niet genezen van een ziekte, hem in een slechte woning stoppen, iemand zich dood laten werken, hem tot zelfmoord drijven, hem de oorlog in sturen enz. Slechts weinig daarvan is in onze staat verboden.

HULPELOOSHEID VAN OUDE MENSEN

De hulpeloosheid van oude mensen, welke verdient ontzien te worden, bestaat hierin, dat ze niet langer kunnen vertrouwen op hun overredingskracht en dus moeten pochen op hun autoriteit. Hun ervaringen rechtigen hen tot velerlei voorstellen, maar dikwijls zijn ze hun ervaringen vergeten. Om liefde te verwerven zijn ze niet sterk genoeg meer, en daarom moeten ze op vroegere liefde vertrouwen. Ze kunnen enkel nog zachtjes praten, en daarom hoort men te zwijgen in hun aanwezigheid. Ze spreken lang, omdat ze de draad kwijtraken. Ze zijn tiranniek, omdat men hen niet langer liefheeft. Ze zijn ongeduldig, omdat ze weldra zullen sterven.
enkele stichtelijke gedachten van bert brecht (bij monde van de oudchinese filosoof me-ti)Ze zijn wantrouwig, omdat ze niets meer kunnen controleren. Ze roepen de ervaring in herinnering, die men vroeger met hen heeft opgedaan, omdat men er geen meer met hen kan opdoen. Het nut dat zij vermogen op te leveren, is moeilijk te verwerven, de schade moeilijk af te wenden. Zij moeten met bijzondere vriendelijkheid behandeld worden.

VEROORDELING DER ETHIEKEN

Me-ti heeft gezegd: De armen geven rijkelijk. De hongerenden zijn goede gastheren. op wie bespaard wordt, sparen niet.

OVER UITVINDINGEN

enkele stichtelijke gedachten van bert brecht (bij monde van de oudchinese filosoof me-ti)Me-ti heeft gezegd: Er wordt veel voor de mensen en veel tegen de mensen uitgevonden. De uitvindingen voor de mensen worden onderdrukt, de uitvindingen tegen hen begunstigd. Wanneer iemand een lamp uitvindt die tientallen jaren lang niet opgebrand raakt, dan wordt deze uitvinding door de lampenmakers gekocht, niet opdat zulke lampen in het vervolg vervaardigd zullen worden, maar opdat ze niet vervaardigd kunnen worden. Wanneer iemand een houder uitvindt waardoor de brandstof duurder wordt en dus de woningen der armen donkerder worden, dan wordt die uitvinding gekocht om in praktijk te brengen.

WANNEER KOMEN ONDEUGDEN IN AANZIEN?

enkele stichtelijke gedachten van bert brecht (bij monde van de oudchinese filosoof me-ti)Het komt voor dat in een bepaald land uitgesproken ondeugden in aanzien komen. De bruutheid, het fanatisme, de aanmatiging, uitpersing, oorlogszucht, nationale eigenliefde, kritiekloosheid enz genieten een zekere populariteit, zelfs bij het volk. Men zucht, maar men geeft toe dat deze ondeugden noodzakelijk zijn. Wanneer men vraagt ‘waarom noodzakelijk?’, dan verneemt men dat er zo en zo veel ondeugden te lang in zwang geweest zijn, bijvoorbeeld luiheid der meerderen, zelfzucht der meerderen, domheid der meerderen enz. Ongetwijfeld zijn er in een land dat op deze manier ongelukkig gemaakt is bijzondere dingen nodig. Maar het zou beter zijn de oude ondeugden uit te schakelen — evenals de toestanden, welke deze mogelijk gemaakt hebben — dan nieuwe ondeugden in zwang te laten komen.

HET LAND DAT GEEN BIJZONDERE DEUGDEN NODIG HEEFT

Een land waarin het volk zichzelf besturen kan, heeft geen bijzonder magnifieke leiding nodig. Een land waarin niet onderdrukt kan worden, heeft geen bijzondere vrijheidsliefde nodig. Zonder ongerechtigheid op te merken zal men ook geen bijzondere gerechtigheidszin ontwikkelen. Is de oorlog onnodig, dan is ook de dapperheid onnodig. Zijn de instellingen goed, dan hoeft de mens niet bijzonder goed te zijn. Wel is het zo, dat hem dan de mogelijkheid gegeven is, het te kunnen zijn. Hij kan vrij, gerechtig en dapper zijn, zonder dat hij of anderen te lijden hebben.

DE OPDRINGERIGE KUNSTENAAR

enkele stichtelijke gedachten van bert brecht (bij monde van de oudchinese filosoof me-ti)In een volkshuis in de noordelijke provincies ontdekte Me-ti een mooi schilderij. Het stelde acht zeer arme mensen voor, van verschillend geslacht en uiteenlopende leeftijd, die van een hunner onderwijs kregen uit een boek. Daarnaast had de kunstenaar een houten paneel aangebracht, waarop Kien-leh’s gedicht Lof des lerens geschilderd was. ‘Hoe komen jullie daaraan?’ vroeg Me-ti de arbeiders. ‘Ach’, zeiden ze lachend, ‘dat heeft een van die kunstenaars ons opgedrongen. Alle andere schilderijen hier’ — en ze wezen naar naar de andere schilderijen, die allemaal zeer slecht waren — ‘hebben wij zelf uitgekozen, omdat ze ons bevielen, maar dat, waar jij nu naar kijkt, is ons door de schilder opgedrongen. Een hele dag heeft hij op ons ingepraat, driemaal heeft hij ons het gedicht voorgelezen, hij beweerde dat hij elke lijn op het schilderij precies zo gewild had, en hij zeurde de hele tijd aan ons hoofd, of we deze schoonheid wel zagen en die subtiliteit. Ten slotte heeft hij een paar van ons werkelijk overtuigd van de kwaliteit van zijn schilderij, anderen van het feit dat hij op zijn minst kunstenaar was en de rest van ons wilde van hem af, en dus kochten wij zijn schilderij en het paneel, vooral uit medelijden met hem, om hem niet helemaal teleur te stellen, en ook om hem te steunen: wij weten wat honger is.’ ‘Ik begrijp het’, sprak Me-ti, ‘ die kerel moet wel een dikke huid gehad hebben! Maar waarom hebben jullie het dan laten hangen toen hij eindelijk was vertrokken, als het bij de meesten van jullie niet in de smak valt?’ Zij leken in verlegenheid. ‘Ja’, zeiden ze, ‘dat is nou ook eigenaardig gelopen. Dit schilderij heeft namelijk letterlijk iets van het opdringerige karakter van de schilder meegekregen. Het hangt daar te praten. Het is niet beledigd als je er smalend naar kijkt, maar het zou moord en brand schreeuwen als je het weghing. Je zou kunnen zeggen: Het strijdt. Het heeft een partij gevormd, die het goed vindt. Het is zelfs onverdraagzaam, het ageert tegen de andere schilderijen hier, het wil ze verjagen.’ Me-ti glimlachte vergenoegd. ‘Ik zou haast denken’, sprak hij, ‘dat jullie, toen je dit schilderij kocht, niet zozeer medelijden had met de kunstenaar als wel met jezelf, en dat jullie grootmoediger waren tegenover jullie zelf, dan tegenover hem.’

alles uit:
BERTOLT BRECHT: ME-TI. BOEK DER WENDINGEN.
(vertaling P. Hawinkels)

Advertisements