De speelfilm als metafoor: The Headless Woman en Tony Manero

Tony ManeroWij Hollanders hebben over het algemeen weinig op met metaforen en symboliek in speelfilms. Onze cinema is een letterlijke cinema. Wat je ziet is wat je krijgt – dubbele lagen ontbreken nagenoeg. De beelden staan voor zichzelf en niet voor een grote of desnoods kleine achterliggende gedachte. Oorlogswinter (2008) gaat over opgroeien tijdens de Tweede Wereldoorlog, De Aanslag (1986) gaat over de verwerking van de Tweede Wereldoorlog en Nachtrit (2006) gaat over de Amsterdamse taxioorlog. De enige Nederlandse oorlogsfilm met een diepere laag die me te binnenschiet is Als Twee Druppels Water (1963) – de gespleten persoonlijkheid van Ducker (Lex Schoorel) staat symbool voor de ambigue houding van de doorsnee Nederlander tijdens de Duitse bezetting.

De huidige multiculturele samenleving en het post-Fortuyntijdperk worden aangekaart in films die expliciet handelen over de multiculturele samenleving (Kicks uit 2007) of over de moord op Fortuyn (06/05 van Theo van Gogh). Een romantische komedie als Alles Is Liefde (2007) toont een dwarsdoorsnede van de Nederlandse maatschappij, maar is teveel een variant op een Britse film (Love Actually) om er de stand van zaken in de hedendaagse maatschappij uit te kunnen genereren. Een van de weinige uitzonderingen is regisseur Alex van Warmerdam die de Hollandse spruitjesmentaliteit in De Noorderlingen laat walmen in een aangeveegde nieuwbouwstraat aan de rand van een bos.

Metaforen en symboliek zijn geen verplichting om een film geslaagd te maken, maar het gebrek eraan in de Nederlandse speelfilm is op zijn minst opvallend. Te oordelen aan de cinema vanachter het IJzeren Gordijn, zou je bijna denken dat filmmakers eerst een paar jaar onder een dictatuur moeten leven vooraleer zij in staat zijn een film meerdere lagen mee te geven. Zo kaart Milos Forman in The Firemen’s Ball (1967) het onvermogen van het communistische bewind in voormalig Tsjecho-Slowakije aan, in de vorm van een komedie over een gedesorganiseerd dorpsfeest rondom de onderscheiding van een gepensioneerde brandweerman. De verstoorde sociale verhoudingen in het land worden in de film teruggebracht tot microniveau. Symboliek is tijdens de dictatuur noodzakelijk ter voorkoming van censuur, vervolging, opsluiting en/of verbanning. Forman profiteerde kortstondig van de luwte tijdens de Praagse lente, maar pakte zijn biezen toen de Russen in 1968 orde op zaken kwamen stellen en zijn film ‘permanent’ verboden.

Een recente film uit Chili en een uit Argentinië bevestigen de gedachte dat een dictatuur bevorderlijk is voor creatieve verdieping. Aan de oppervlakte zijn Tony Manero en The Headless Woman variaties op het thrillergenre. De Chileense film Tony Manero (Pablo Larraín, 2008) volgt de armlastige, middelbare Raúl Peralta die in 1978 vanuit zijn bouwvallige woonkamer droomt van een carrière als danser. Het liefst zou hij Tony Manero zijn, John Travolta’s personage in Saturday Night Fever. Raúl bezoekt elke dag de matineevoorstelling van de Amerikaanse discofilm, bestudeert de danspassen, leert fonetisch elke tekstregel van Tony en bereidt zich zo voor op deelname aan een lucratieve dubbelgangershow op de nationale televisie. Raúl (ijskoud vertolkt door Alfredo Castro, uiterlijk een verlopen kruising tussen Al Pacino en voormalige cultuurminister Plasterk) is zeker van zijn talenten en blind voor de wereld buiten Saturday Night Fever. Hij duldt geen obstakels in het verwezenlijken van zijn droom en deinst niet terug voor het plegen van moord en verraad.

The Headless WomanHet Argentijnse titelpersonage in The Headless Woman (Lucrecia Martel, 2008) is een leeftijdsgenoot van Raúl, alleen hoeft Verónica (vertolkt door María Onetto) zich geen zorgen te maken over haar financiën. Zij heeft een ander probleem. De welgestelde dame rijdt aan het begin van de film onderweg naar huis met haar auto iets of iemand aan op een zanderige landweg. De vingerafdrukken op het raam van Verónica’s auto suggereren dat ze een kind heeft aangereden, maar er wordt geen lichaam gevonden en niemand doet aangifte van vermissing. De vrouw rijdt door en wandelt de rest van de film verdoofd en in shock door het leven. Het duurt lang voordat haar familie doorheeft dat ze aan geheugenverlies lijdt.

Tony Manero en The Headless Woman dringen onder de plot door tot de verziekte geest van maatschappijen die jarenlang zijn onderdrukt door junta’s. Bij Tony Manero zit Pinochet stevig in het zadel. Flarden nieuwsberichten op televisie noemen zijn naam en de invloed van het leger is merkbaar op straat, waar patrouillewagens rijden en de avondklok van kracht is. Raúl probeert de realiteit van Pinochets bewind te negeren door een andere identiteit aan te nemen. Zijn gestoorde geest doet vermoeden dat de mentaliteit van de junta besmettelijk is. De verziekte moraal sijpelt van boven naar beneden de Chileense maatschappij in. Verónica leeft in The Headless Woman in hedendaags Argentinië en haar geheugenverlies staat voor het verzwijgen door de Argentijnse bourgeoisie van de verdwijningen ten tijde van de dictatuur. Het sterke aan beide films is dat ze ook zonder de verwijzingen naar het donkere verleden indringende psychologische thrillers zijn.

Tony Manero en The Headless Woman zijn op moment van schrijven als import-dvd te verkrijgen via respectievelijk Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Wat mij betreft behoren ze tot verplichte kost in het lesprogramma van de Nederlandse Film en Televisie Academie, opdat de Nederlandse cinema in de nabije toekomst iets minder letterlijk mag worden.

Advertisements