Eyes wide open

De beeldtaal in Eyes Wide Open (Haim Tabakman, 2009) is soms zo subtiel, dat het bijna onopgemerkt blijft. Een eerste voorbeeld zit aan het begin van de film. Het lot bepaalt dat slager Aaron en de student Ezri elkaar zullen ontmoeten. Ezri’s hoed waait namelijk tijdens een regenbui precies voor de deur van de slagerij waar Aaron, kort na het overlijden van zijn vader, de taak van bedrijfsleider op zich heeft genomen. De diepgelovige slager leeft met het gevoel dat God hem constant op de proef stelt. De verwaaide hoed zou als daad van God kunnen worden opgevat. In een tweede voorbeeld wisselt regisseur Haim Tabakman tijdens het eerste gesprek van de mannen medium shots van beide acteurs af, daarmee een nabijheid suggererend die aan het eind van de scène slechts symbolisch blijkt te zijn, want het master shot onthult dat Aaron en Ezri fysiek ver van elkaar af zitten. Een derde subtiel beeld in deze ingetogen Israëlische speelfilm over herenliefde binnen een Joods orthodoxe gemeenschap, is later in de film, op de dag dat Aaron en Ezri voor het laatst gezamenlijk voor de winkeldeur staan. In de stadswijk wordt al enige tijd over hun samenzijn geroddeld en aan de muren hangen posters waarop wordt gewaarschuwd voor de nabijheid van zondaars. Aaron durft Ezri niet meer binnen te laten. Het lijkt alsof de mannen staan te fluisteren in een verder volledig verlaten straat, totdat een bestelwagen door het beeld heen rijdt en we kortstondig in de reflectie van het autoraam zien dat de twee vanaf de overkant van de straat kritisch worden gadegeslagen door een groepje jonge fanatieke orthodoxen. De bedreiging van hun aanwezigheid wordt bijna terloops in beeld gebracht, maar is zeer tastbaar door de korte schok die de weerspiegeling teweegbrengt.

Advertisements
%d bloggers like this: