Brian Eno, Cocteau Twins en The Lovey Bones

Brian Eno is God

Brian EnoAls een Bob Dylan-adept roept dat Dylan God is (en dan doen vrijwel alle Dylan-adepten), dan zet hij de kras krassende bard met deze ultieme heiligverklaring op de hoogst mogelijke troon. Als ik beweer dat Brian Eno God is, doel ik slechts op de alomtegenwoordigheid van deze invloedrijke producer. In het boek Rip It Up And Start Again: Postpunk 1978-1984 (Simon Reynolds, 2005) valt op hoe vaak Eno in de coulissen stond tijdens belangrijke muzikale ontwikkelingen en hoe vaak hij ingreep en eigenhandig richting gaf aan de evolutie van de popmuziek: No Wave in New York, Remain In Light van Talking Heads, Satisfaction van Devo, de oersamples op My Life In The Bush Of Ghosts, de indirecte link met Wire – er is bijna geen hoofdstuk in Reynolds’ boek waar Eno’s naam niet in genoemd wordt. Geen geringe prestatie voor iemand die zichzelf beschouwt als non-musician. De schaduw van Brian Eno hangt boven de ontwikkeling van mijn eigen muzieksmaak. Zo erg, dat ik zelfs een zwak heb voor zijn productiewerk voor het bliksemse U2.

Eno’s ambient uit de jaren zeventig is liftmuziek voor intellectuelen. Zijn muzak in mineur schurkt vanwege de tonaliteit tegen sentimentalisme aan. Gelukkig begeeft zijn ambient zich ver van de banale instrumentaaltjes waarmee de mede door hem beïnvloede New Age-muzikanten hun mediterende doelgroep behagen. Een van Eno’s soloalbums heet Music For Films (1978) en sinds Sebastiane (1976) van Derek Jarman wordt dankbaar van zijn kwaliteiten als soundtrackcomponist gebruik gemaakt. Zijn bekendste soundtrack is voor de Apollo-documentaire For All Mankind (Al Reinert, 1989) en af en toe duikt een oud liedje van hem op in films die zich meestal afspelen tussen 1970 en 1980 zoals Baby’s On Fire in Velvet Goldmine (Todd Haynes, 1998). Een instrumentaal arrangement van Baby’s One Fire komt ook voorbij in The Lovely Bones van Peter Jackson. Eno staat prominent als componist op de credits vermeld, wat vanaf de eerste noot duidelijk hoorbaar is. Jackson legt Eno’s bijdragen echter zeer prominent bovenop de scènes, daarmee de kijker op gewenste momenten manipulerend tot het onbedwingbaar ledigen van de traanbuizen. Eno zit op die manier aan de verkeerde kant van de sentimentaliteit en daarmee verwordt zijn muziek tot kitsch.

Elizabeth Fraser is een engel

Cocteau TwinsEn als je denkt de ergste muzikale manipulatie achter de rug te hebben, is daar het sympathieke echtpaar Robin Guthrie (productie, gitaar, toetsen) en Elizabeth Fraser (zang), beter bekend als de vaste kern van de band Cocteau Twins. Peter Jackson was in de jaren tachtig waarschijnlijk een fan. Net als ik. De eigenzinnige vibratie en de raadselachtige elfenteksten van Frazer en de breed echoënde lagen gitaar van Guthrie (ongetwijfeld beïnvloed door Eno) klonken mij indertijd als bovennatuurlijk in de oren. Aan hun muziek kon ik weinig aards ontdekken. Peter Jackson hoorde Middelaardse kwaliteiten en liet de stem van Frazer als elf opduiken in het tweede deel van zijn epos The Lord Of The Rings. In The Lovely Bones put de regisseur uit de back catalogue van Cocteau Twins. Als de vermoorde veertienjarige vertelster Susie (Saoirse Ronan) letterlijk tussen hemel en aarde doolt, zet de regisseur het nummer Alice van de single Violaine uit 1996 onder de uit een computer getoverde bewegende ansichtkaarten vol grootse, zonovergoten grasheuvels, schuivende bergplateaus, kletterende watervallen uit zwevende rotsen en een eenzame boom die rechtstreeks van Genesis’ LP-hoes Wind & Wuthering (1977) is geplukt (zie plaatjes hieronder). Alice is zo effectief dat de PR-afdeling het nummer ook in de trailer toepast. Cocteau Twins overstemt Brian Eno op de soundtrack en trekt de meest dankbare scènes naar zich toe. Op een emotioneel hoogtepunt zingt Elizabeth Fraser Song To The Siren, een cover van Tim Buckley, en te vinden op het eerste album It’ll End In Tears (1984) van het project This Mortal Coil.

The Lovely Bones

Genesis - Wind & Wuthering

Song To The Siren in de versie van This Mortal Coil is vaak misbruikt. De eventueel aanwezige emoties in het nummer zijn meerdere malen onderschikt gemaakt aan reclamespotjes. Maar hoe emotioneel is Song The Siren eigenlijk? Nauwelijks, is daarop het ontnuchterende antwoord. De cover is een problematisch geval, omdat Elizabeth Fraser het lied slechts als vriendendienst voor 4AD-labelbaas Ivo Watts-Russell heeft ingezongen, verder geen binding heeft met de originele versie en liever niet meer aan haar bijdrage herinnerd wil worden (zoals ze midden jaren tachtig in een Brits televisie-interview liet doorschemeren). Door de zakelijk wijze waarop Song To The Siren is ingezongen, slaat de als tranentrekker bedoelde scène voor mij dood. Hoe komt het dan toch dat ik, nadat This Mortal Coil van de soundtrack is verdwenen, in de slotfase van The Lovely Bones alsnog voor enkele seconden door deze draak van een film word gegrepen? Is het de terugkeer van Eno op een cruciaal moment? Zijn het de digitale bidprentjes uit de Nieuw-Zeelands filmstudio Weta Digital? Is het de manier waarop Peter Jackson muziek en beeld samenvoegt? Nee, het effect wordt louter bereikt door de afscheidstekst I wish you all a long, happy life, de quote die Jackson definitief overhaalde om zich op dit filmproject te storten. Muziek en beeld moeten hun meerdere erkennen in taal.

Advertisements
%d bloggers like this: