Shearwater en verhaasting

ShearwaterOnlangs werd Jonathan Meiburg, lead singer van Shearwater, gevraagd of hij zijn held Mark Hollis zou willen ontmoeten. ‘Nee’ was het resolute antwoord. ‘Wat moet je ‘m zeggen, dat je een fan bent van z’n muziek? Da’s een regelrechte conversation killer’. Fair point. Toch zou Meiburg het ‘ns moeten doen om een oorvijg van Hollis te krijgen over wat hij op z’n laatste plaat niet heeft gedaan. Rook, alweer uit 2008 en binnenkort opgevolgd door Golden Archipelago, de afsluiter van een ecologische trilogie, heeft geen balans.
Daar lijden de besten in de muziek aan, maar balans is dé signifier voor genialiteit in de muziek. Boulez lichtte dit recentelijk toe: bij korte stukken, zoals in de meeste Franse muziek of zeker bij de tweede Weense school, is dat relatief makkelijk; de ene Satz wisselt snel de andere af en zo wordt van nature balans in de composities gebracht. Balans in langere of lange stukken vergt het uitstippelen van wat Boulez een ‘trajectory’ noemt: planning en structuur om ervoor te zorgen dat gedurende een Satz van pakweg 25 minuten sloppiness niet intreedt. Alles moet immers exact gespeeld kunnen worden in het juiste tempo en dan moet je – zowel als componist als dirigent – overzicht hebben. Mahler had balansgevoel (niet gek met die lengtes!), en Wagners scores kenmerken zich door perfecte balans. Mahlers aanwijzingen ‘nicht zu schnell’, ‘ohne Hast’ geven aan dat leise niet leise genug is. Gek genoeg had, naar Boulez’ zeggen, Berg er meer moeite mee, en Berg is niet de minste. Natuurlijk is dat nauwelijks te horen voor een leek (i.e. iemand die geen scores leest), want Bergs andere kwaliteiten compenseren wat aan balans zou mankeren.
Shearwater is verre van geniaal in de zin van Mahler, Wagner of Berg (niet voor niets de drie meesters waaraan Adorno zijn musikalische Monographien besteedt). Maar er is een punt van overeenkomst met Berg: moeite met balans. Maar waar Berg het kan ‘camoufleren’ door dynamiek en intensiteit, lost Shearwater het op door de snelheid op te voeren. Rook lijdt eraan. Bij de eerste beluistering is men sterk geneigd hier overheen te luisteren. Rook is op het eerste gehoor een atypische popplaat die begeistert. De synthese van rock met akoestische elementen – veel strings, glockenspiel, piano, blaaswerk – wordt technisch adequaat uitgevoerd. Ook op vocaal gebied stijgt Shearwater ver boven de popmiddelmaat uit. Thematisch – zowel muzikaal als lyrisch – mag het nochtans niet bepaald avantgarde genoemd worden.
Maar het grote probleem is balans: dat de plaat slechts zo’n 38 minuten duurt, met 10 nummers dus gemiddeld minder dan 4 minuten per track, is indicatief. Neem Leviathan Unbound: de simpele pianoriedel, de snelle basloopjes, het glockenspiel en vooral de obligate strijkers wijzen allen op een veel te snelle muzikale afwikkeling. De ontwikkeling is niet natuurlijk vanuit het begin, maar focust van meetaf aan al op het einde van het nummer. Het moet zo snel mogelijk af. Bij punk en hardcore, die minimale middelen inzetten, is dat de essentie van de muziek. Maar als je, zoals bij Shearwater, opteert voor een maximaal arrangement met een groot instrumentaal palet, is fasering noodzakelijk. Op Rook krijgen de instrumenten nauwelijks de kans om zich, in het geheel van het arrangement, te laren horen; alles staat in het teken van de overheersende track. Maar wat, in muziek, is het geheel méer dan zijn delen? Shearwater lijdt hier aan een algemeen euvel in de pop: overvolle instrumentatie, verder geholpen door de mogelijkheden van software zoals ProTools, in amper 3 of 4 minuten. De pop is verhaast en wil entertainment. Dat is prima bij Annie, maar Shearwater heeft meer ambitie, die het niet kan waarmaken.
Als we Shearwater vergelijken met Talk Talk – en dat wil Meiburg zelf zo graag, getuige de cover van The Rainbow – dan horen we direct waar het probleem ligt. Spirit of Eden en Laughing Stock, nog afgezien van hun andere kwalitatieve kenmerken, zijn meesterwerken in muzikale balans, op het tergende af (je zou kunnen zeggen dat Talk Talk misschien wel het andere extreem opzoekt en derhalve de balans anderzins dreigt te verliezen). Sommige nummers (I Was A Cloud, het instrumentale South Col), of gedeelten van nummers (de eerste paar maten van Home Life of Lost Boys), op Rook zijn ok – wat balans betreft; op het moment echter dat het dramatische naar voren komt, zoals in Century Eyes, verslikken Meiburg en de zijnen zich in het ritme; vergeleken met Desire, het Talk Talk-nummer dat model zal hebben gestaan, moet Century Eyes nicht so schnell gespeeld worden. Single The Snow Leopard begint veelbelovend, maar wordt dan toch op momenten weer te snel afgedraaid. Het had nèt even meer ritenuto gespeeld moeten worden, waardoor het arrangement van bas, drum, gitaar en blaaswerk een tikkeltje beter tot zijn recht zou zijn gekomen.
Wat ook al niet helpt is de luide mastering van Greg Calbi, die zich vaker (ondanks zijn protestaties van het tegendeel) bezondigt aan loudness. Door het gecomprimeerde dynamische bereik wordt het gebrek aan balans versterkt (dat is in ieder geval op cd zo). Het probleem deed zich ook al voor op Palo Santo, Rooks m.i. te prefereren voorganger. Het is afwachten wat Golden Archipelago, uit op 15 februari, ons brengt.

Advertisements
%d bloggers like this: