de cultuurindustrie op z’n kant

Solange - Stillness is the MoveAltijd de genuanceerde marxist, het was voor Adorno nooit een geval van autonome kunst vs. cultuurindustrie alsof de twee elkaar uitsluiten. Zijn idee van autonome kunst is zelf al noodzakelijk paradoxaal – want autonoom precies omdat de historisch-sociologische conditie het mogelijk maakte te abstraheren van die conditie. Dit heeft een evenredig effect op zijn opvatting over de cultuurindustrie in relatie tot hoge kunst. Die sluiten elkaar niet uit, maar in. De kritisch-elitaire houding holt de industrie van binnenuit uit op het moment dat ze terzelfdertijd eraan gebonden is. Pop is – beter dan de gefossiliseerde producten van canonieke klassieke muziek en de contraire zelfillusie van post-serialisme – in staat om deze contradictie tot uitdrukking te brengen. Het zoeken naar evenwicht tussen commercie en kunst is een balanceertruc die bijvoorbeeld Solange met haar R&B-renditie van de Dirty Projectors single Stillness is the Move met elegantie volbrengt. Kritiek door smaak van hen van wie het normaliter niet verwacht wordt. Niet dat de R&B vreemd is aan het nummer; precies niet, Solange weet de vorm in haar essentie te pakken door het nogmaals, deze keer in een non-indie commercieel jasje, te benadrukken, te verscherpen. Tegelijkertijd herinnert ze, door haar hoge vocale bereik, de indie-industrie aan de eisen die intrinsiek zijn aan muziek, wat het kritisch potentieel alleen maar verhoogt.

Solange – Stillness is the Move

[zie ook de vorige post in de serie wie hört man?]

Advertisements
%d bloggers like this: