Jahrgang 45 (Jürgen Böttcher, DDR 1965)

Jahrgang 45Het Filmmuseum presenteert momenteel een programma met films ‘van achter de muur’, dwz gemaakt in de voormalige DDR. De film Jahrgang 45 portretteert de verwarring van de jonge generatie in 1965, die op een historisch herkenbare manier nozemachtig door het leven gaat en daardoor een paar even herkenbare conflicten met de oudere generatie doormaakt. Hoe vul je je leven in, waarom zouden arbeid en huwelijk het hoogste goed moeten zijn?

Dit zou volgens het programma dan de Oost-Duitse film moeten zijn die het dichtst bij Godard in de buurt komt. Daar valt wel wat op af te dingen, al is het een charmante film. De film staat ambachtelijk nog erg in de jaren 50 (alleen al die belichting). Ondanks het realisme van de straatscenes en de leuk getroffen Prenzl’berg atmosfeer, blijft dat kenmerkende moderne levenstempo van de vroege (zw/w) Godard uit. De montage is net als het liefdesverhaal braaf. Het is zelfs moeilijk voor te stellen dat die moderne energie vormtechnisch in de film geïnjecteerd zou kúnnen worden; alles gaat in deze wereld langzaam, lijdzaam en lethargisch. Het deed me eerder denken aan die vroege Antonioni’s over scholieren die het verkeerde pad op dreigen te gaan en dan door hun ouders middels ernstige vermaningen gered worden.

Jahrgang 45

Men verveelt zich nog bij het dansen. Dat gebrek aan energie en het blijven hangen in de ideologische omraming van de jaren 50 staan symptomatisch voor de maatschappelijke onwaarheid van de DDR anno 1965. De mannelijke hoofdpersoon schikt zich uiteindelijk in zijn door de maatschappij opgelegde lot: toch met het lieve verpleegstertje trouwen, toch een soort burgermansbestaan. Men huivert, want dat deze als sympathiek beoogde macho-nozem later een patriarchale Statsi-informant zal worden ligt voor de hand.

Vermakelijke scene: de held die een paar dagen vrijaf heeft genomen verveelt zich en vervoegt zich weer op zijn werk (mecanicien in een garage) om daar vrijwillig de handen uit de mouwen te steken. Er staan immers genoeg defecte auto’s te wachten. Maar zijn baas durft het niet aan: want bureaucratisch kan zoiets helemaal niet.

Of ook: de Brigitte Bardot-achtige vamp komt de held verleiden bij hem thuis. Hij zet een plaat op, er wordt kort gedanst. Daarop verlaten ze het pand en gaan maar wat lopen. Hier zie je een interessant probleem: zonder echt moderne media en zonder grootsteeds uitgaansleven (die bij Godard niet voor niets gecodeerd worden als specifiek Amerikaans) kan men in deze film bepaalde urbane dimensies van de moderniteit eenvoudigweg niet oproepen. En dat slaat terug op de subjecten zelf: zonder moderne media geen verinnerlijking van moderniteit. Het blijft noodgedwongen provinciaals: samen met de vriendelijke bejaarde kunstenaar van boven aan het ontbijt naar Wolf Biermann plus zangeresje op de radio luisteren.
Wat inderdaad een erg mooi liedje is!

[kijk op youtube naar drie fragmenten, hier en hier en hier (die laatste met het liedje)]

Advertisements
%d bloggers like this: