Yellow Swans – Mort aux Vaches [staalplaat]

Yellow Swans - Mort aux VachesDe Zwanen zijn ruim een jaar dood. Noise is ten einde. En wat een einde. In de prestigieuze serie van Staalplaat verscheen afgelopen juni postuum dit pronkstuk aan ‘precies gestemd’ lawaai van de beste noiseformatie van de laatste tien jaar. Ik heb de muziek van Yellow Swans in het verleden al eens beschreven als symfonische noise, een genre dat, ondanks veel would-be-noisists, nooit van de grond is gekomen (alsof musici naar Nederlandse critici luisteren!). En misschien is het maar goed ook, want de diepe sound van Yellow Swans is behoorlijk uniek. Op een horde epigonen zit niemand niet te wachten. Robedoor is wellicht de enige echt interessante band direct door hen beinvloed.

De korte opener van de plaat zet meteen de toon. And like it or hate it. DIT…IS…NOISE. Geen verzachtende elementen. De snerpend hoge frequenties blazen uit je speakers en je vreest voor de tweeters. Het is alsof je je in een hangar op het vliegveld bevindt. De zwaar chromatische muziek bestaat uit een elegische sonata in vier Sätze van lang uitgestrekte golfslagen van welvende dronen en bijtende feedback afkomstig van live geïmproviseerde gitaar. De feedback is immer scherp en laat niet af, het effect van het melodische geheel is vreemd genoeg altijd verzachtend. De echoende bastonen dragen, als het sonische equivalent van een atmosferische Turner, de tsunami van gitaarcrescendo’s.
Wat Yellow Swans, het duo van Pete Swanson en Gabriel Mindel Saloman, met minimale middelen ten gehore brengt is een muzikaal arrangement van strikt genomen nonmuzikaal materiaal: feedback en electronic processing. De compositie van de blokken sound geeft blijk van gevoel voor thematische ontwikkeling. Het is motivische muziek bij uitstek. D’r zit ook een duidelijke melancholie in de sacraal aandoende muziek. Dat kwam expliciet tot uitdrukking op hun meesterwerk At All Ends, uit 2007, dat nog het beste omschreven kan worden als een Requiem zonder koorzang. At All Ends was hun Missa Solemnis. Wat je op die plaat hoort is weergaloos galmende kerkmuziek voor seculiere lui, die er zonder schaamte in mogen zwelgen.

Anders dan de catharsis door zelfmutilatie van een Wolf Eyes of Hair Police, die altijd in de verte nog hun roots in Amerikaanse hardcore verraden, is, was Yellow Swans de volledig met zichzelf in het reine gekomen alternatieve Amerika. Hun oeuvre is een plechtige doch eerlijke verklanking van de shit van de laatste tien jaar, zonder wroeging, zonder blues. De op volledig release georiënteerde frequentie van de sound demonstreert de welhaast christelijke verzoening en loutering. Het is derhalve passend dat tegen het einde van het duistere Bush-tijdperk het doek viel voor Yellow Swans, waarmee ruimte is vrijgekomen voor meer celebratorische pop.

Deze postume plaat, uitgedost in schreeuwende polychromie en in 3D reliëf, is niet hun laatste. Een zeer duur artefact zal onder andere nog volgen op het Duitse En/Of label en Live During War Crimes #3 komt later dit jaar uit. Het echte wachten is op hun laatste studio-album Going Places dat verschijnt op Type in de lente van 2010. Het zal een geweldige afronding betekenen van een uiterst productieve carrière in de noise.

[deze recensie verscheen eerder op cut-up.com]

Advertisements
%d bloggers like this: