Talibam! – Boogie in the Breeze Blocks [ESP]

Talibam! - Boogie in the Breeze BlocksWat is dit een tegenvaller! Het avantjazzduo met de grappige – maar ook ietwat kinderachtige – naam levert z’n tweede studio-album af, na veel cdr’s, split 12”s en een aantal lps, waarvan vooral The Excusable Earthling de moeite waard is. En het is me duidelijk dat heren Shea en Mottel erop uit zijn verwachtingen níet in te lossen. Misschien vat ik het niet, maar de postmoderne potpourri op Boogie in the Breeze Blocks, nota bene uitgebracht op het nieuw leven ingeblazen, legendarische ESP-label, is behoorlijk knullig.

Op hun eerste professionele studio-album sinds Ordination of the Globetrotting Conscripts verlaat Talibam! grotendeels het freejazz-idioom dat ze op die plaat, een klein meesterwerkje, vertolkten. De vrije jazz, ge-update voor het digitale tijdperk en post-hardcore, had met z’n uitgebreide bezetting van kundige spelers (waaronder trompettist Peter Evans) veel weg van de collectieve improvisatie zoals Coleman die in 1960 invoerde op Free Jazz en van Coltrane’s moment suprême Ascension. Van de subtiliteit en souplesse op Ordination is op Boogie nauwelijks iets terug te horen. En dat kan niet liggen aan de bezetting die gedeeltelijk hetzelfde is als op Ordination. Het drumspel van Kevin Shea is op de meest recente plaat veel minder gearticuleerd, eigenlijk ronduit pedestrian. De opmerkelijke synthesizer capriolen van Matt Mottel lijken te zijn verworden tot kinderachtige two-bit video arcade games.

En wat ook nieuw is zijn vocalen, hoewel die kort ook al te horen waren op een nummer van Ordination. Wat helemaal nieuw is zijn de spreekstemmen – een gesprek tussen de bandleden en een telefoniste over een te bezorgen pakje, als ik het goed heb – aan het begin van de cd en zo tussen de tracks door over de gehele lengte van de cd. Daaruit blijkt de Amerikaanse onderbroekenlol en de irritante dictie eigen aan Amerikanen. Conceptueel onbenullig en artistiek onverantwoord.

Als dat nou het enige probleem zou zijn. De jazzvocaliste, Juilliard alumnus Danielle Kuhlmann, die zich een baan tussen de escapades van Shea en Mottel schreeuwt, maakt het er niet plezieriger op. Ze is ook karaokezangeres. Dat verklaart een hoop. De combinatie van zotte bigband, die het midden houdt tussen ondermaats nagebootste Sun Ra frases en standaard swing op het intro van Ghost Cloud (vandaar de Boogie in de titel), met quasi-punk maakt het de luisteraar niet gemakkelijk. Boogie in the Breeze Blocks is een wegwerpplaat. Hoewel bizarre elementen ook te horen waren op Ordination (luister naar die idiote country boogie op het nummer Lunchbreak at Naan) is het ze op de nieuwe naar het hoofd gestegen. Teveel cocaine of lucozade. De bizarre elementen zijn nu zonder overkoepelende structuur komen te zitten, waardoor de muzikaliteit eruit gevloeid is. Dit toont maar weer eens aan dat een goeie improvisatieplaat arbeid vereist. Talibam! heeft zich op Boogie van hun meest luie kant laten zien.

“Punjabi cab driver food across the street from luxury loft condo scum. Talibam! want to re-mythicize this world with an album that explores a range of emotions, genre, feel, time and space. … Boogie in the Breeze Blocks is a record beyond the greed of deliberate, singular aesthetic commitments.” Yeah, sure. Op deze recensent komt het over als genre-plundering gemaskeerd als muzikale pseudo-antropologie. Het is allemaal vorm zonder inhoud. Ongesynthetiseerde bits and pieces als het beslag van een gefragmenteerde burgermansgeest, van oerverveling. En die hoes! Misschien was Ordination een one-off, misschien mogen we nog iets verwachten van Talibam!

Wait-a-minute, Boogie in the Breeze Blocks is zo slecht niet. De boogie van Ghost Cloud met atonale zang van heren Mottel en Shea, en Chris Forsyth van het magistrale Peeesseye, is avant improvpop sans improv. Waarom is dit op Pitchfork niet geëindigd op de de top spot van de noughties singles chart? Entertaining the After Beast is een Sprichstimmestück voor male vocalist, met metalige gitaar en weer die oerschreew à la Peeesseye, eindigend in aangenaam simplistisch gefröbel op fluit/trombone/trompet en “renaissance instruments”, zegt het op het hoesje. Het is de volgende stap in het Talibam-universum. Met de potten en pannen, en de stabs op de moog en fender rhodes klinkt het nummer als een genuine Sun Ra-ode. Avant-Boogie. Jim O’Rourke (titel van track #5) is een boogification van inderdaad Jim O’Rourke noisepop, waar de seriositeit vriendelijk uitgesuckt is. Not Just Any Kind of Fruit and Veg is het eerste vocal jazznummer dat dreigt te overtuigen, ofschoon de frasering wel erg veel lijkt op de pottenstem die je op een God-is-My-Co-Pilot tegenkomt. Het kan zijn dat dat weer die nasaal-Amerikaanse dictie is. Roosevelt Island: I Can’t Do It is dan beter (“take off my panties… take off my panties”), maar of het nog jazz is waag ik te betwijfelen. Nike Rim Johb is wat begint als Neu-cum-Cambodian-karaoke, sort-of, en dan vervolgens op de helft, na een brug van fluitende vogels, doodleuk overgaat op free-jazz-modus met weer die prettig gestoorde Peeesseye grunt. Dat is Talibam! zoals we ze willen horen.

[deze recensie verscheen eerder op cut-up.com]

Advertisements
%d bloggers like this: