Svarte Greiner – Kappe [type]

Svarte Greiner - KappeDe lijkzang van eerste nummer Tunnel of Love gaat je niet in de kouwe kleren zitten. Je weet meteen dat dit een cd is van het Type label dat eind vorig jaar ook het volstrekt claustrofobische laatste album van Xela, met die macabere hoes, uitbracht. Waar Xela’s In Bocca al Lupo een ode aan de christelijke middeleeuwen moest zijn, lijkt Erik Skodvik – de man achter Svarte Greiner (dat overigens Noors voor zwarte takken is) – zijn Kappe op te dragen aan Odin en vooral Thor, de Noorse god van de donder. Of er verschil ligt tussen het heilige en het heidense waag je te betwijfelen als je naar beide platen luistert. Want de uitkomst is gelijk: sinister, donker en angstaanjagend. De duistere krochten van de menselijke natuur, of van de natuur in het algemeen, worden hier opengelegd, op een manier zoals Bergman dat verbeeldde in de Plaag-scene in Het zevende zegel. Die scene herinnerde op onbemiddelde wijze mens aan natuur. De mens lijkt afwezig op Kappe, maar de verklanking hier geeft beter blijk van de zieleroerselen van de mensheid dan menig zieleroerend singer-songwriter dat zou kunnen.

Tunnel of Love slaagt door de symfonische cadans van golfslagen van sublieme feedback, rinkelende klokken, ratelende kettingen en een onderliggende basdreun. Het is pure ruimtelijkheid in sound en ligt in het verlengde van de uitkleding van de metal door drone metalformaties zoals KTL, Robedoor en Sunn0))). Waar Kappe als geheel nog het meeste aan doet denken is aan Deathprod, het isolationistische project van landgenoot Helge Sten, die ook in Supersilent speelt. Svarte Greiner gaat nog verder dan de zogenaamde drone metal zonder echt vooruitgang te boeken in technische zin (computer processing zoals bij KTL is afwezig). Probleem met dit type muziek is natuurlijk dat de stasis in de muziek tot rigor mortis zal leiden als niet snel nieuwe wegen worden ingeslagen. Na abstractie – en dat horen we hier – blijven er bar weinig opties over voor verdere ontwikkeling.

Het bijzondere aan Svarte Greiner is dat met name op het eerste en derde nummer het geluid volledig is dichtgetimmerd, zonder dat je de constituerende delen niet meer kunt onderscheiden. Om het contradictoir uit te drukken: het is duister, maar helder. Tweede track Where am I is open en spaarzaam georkestreerd, ofschoon niet minder somber. Het voorlaatste en langste nummer op de cd, Candle Light Dinner Actress, is ongelooflijk goed. Ontstemde strijkers en snerpende sax amalgameren ten volle. Het goed getemperde stuk combineert op voortreffelijke wijze de densiteit van #1 en de transparantie van #2. Het refereert ook aan de beatloze Yellow Swans van At All Ends (volgens deze recensent nu al plaat van de eeuw!) alsook aan het magistrale Imperial Distortion van Kevin Drumm van vorig jaar. Het is dark ambient van de beste soort: expansief, rustgevend, bijna sacraal, een perfecte mimese van de horror vacui die vervaarlijke natuurfenomenen in je kunnen oproepen. On Land revisited voor penibeler tijden.

Wat Svarte Greiner op Kappe presteert op compositorisch vlak is een precisie en balans die je vaak nog mist in de niet minder sublieme, gruizigere tapemuziek van bijvoorbeeld Howard Stelzer, waar de technische middelen en het bronnenmateriaal nog te zeer hoorbaar zijn. Anderen zouden wellicht willen beweren dat Svarte Greiners sound een opschoning is die gelijkstaat aan een verlies aan hands-on benadering. I beg to differ. Kappe is simpelweg een mooie, goed geproduceerde plaat. En anders dan de meeste estheten denken, mooi en noisy vloeken beslist niet.

[deze recensie verscheen eerder op cut-up.com]

Advertisements
%d bloggers like this: