KTL – iv [editions mego]

KTL- ivDe eerste twee cds van KTL waren veelbelovende declaraties van ‘Verfransung’ in de popmuziek. Ze brachten namelijk bij elkaar wat tot dan toe streng gescheiden gehouden werd: het metal genre en electronica. Zelfs het beeldmateriaal is een grensoverschrijdende mengelmoes. Het voor metal typische morbide visuele symbolisme is prettig voor het moderne oog gemaakt. Ook op het nieuwste album is dat zo. Het gotisch schrift, het doodshoofd, de kruizen en zwaarden zijn dusdanig gestileerd dat je de plaat niet voetstoots aanziet voor de zoveelste black, doom of drone metal cd. De paarden- en bizonkop op de binnenkant van het inlegvel zorgen voor een bijna komische noot. Het is allemaal erg smaakvol, gespeend van doom teenager romantiek en wederom in monochromie uitgevoerd. Ook die nutteloze obi-strips die je normaliter alleen op Japanse import vindt zijn niet te versmaden.

KTL is het samenwerkingsverband tussen de alomtegenwoordige Stephen O’Malley (o.a. Sunn O))), Aethenor en Khanate) en digital noise übermeister Peter Rehberg. Die laatste is vooral bekend onder de naam Pita en als labelbaas van het befaamde Mego. Het project is begonnen als de soundtrack voor het theaterstuk Kindertotenlieder (vandaar de naam KTL) van Giselle Vienne en dramaturg Dennis Cooper, dat overigens niets van doen heeft met de gedichten van Rückert of de Mahler cyclus. Vanaf IV bestaat er geen correlatie meer met genoemd stuk. En ook buiten die context blijkt KTL levensvatbaar.

De zes tracks op IV borduren grotendeels voort op de gedigitaliseerde drone ambient van KTL 2 en 3 (de laatste kwam alleen op LP formaat uit). Wat je merkt op IV is dat de muziek een starheid heeft, die het geheel alleen maar meer cachet geeft. Drums waren tot nu toe afwezig op KTL platen. Maar gek genoeg maken de loodzware, logge drums op het nummer Paratrooper, ingespeeld door de drummer van Boris, de sound er helemaal niet ritmischer op. Het is alsof het pulserende amalgaam aan digitale en analoge tonen, die elkaar organisch en logisch opvolgen, als geheel volledig stil staat. In contrast met Autechre’s ritmische abstractie, de bezeten focus op de beat, is de concentratie bij KTL ten enenmale op de textuur van de sound. Hierdoor krijg je het gevoel je in een kathedraal van dreunen en gegons te bevinden, waar het onduidelijk is wat waarvandaan komt. Gemangeld klokgelui, gedempte, bijna weggemoffelde koorzang, het kerkorgel in een koelcel zijn een paar van de associaties die in me opkomen. Neemt niet weg dat er expliciete referenties worden gemaakt naar de snelle digital file-sharingnoise van Pita en de Mego-sound en, vooral in het teleurstellende eerste nummer, de eentonige riffs van Sunn O))). Al met al heerst er toch een behoorlijke grafstemming. Snel even een Claro Intelecto opzetten.

[deze recensie verscheen eerder op cut-up.com]

Advertisements
%d bloggers like this: