AFCGT: new punk

AFCGTIn het internettijdperk, waarin door de logica van het kapitaal de cottage industry-aanpak van de productie en distributie van muziek juist weer opgeld doet, is het voor obscure bands moeilijk om echt obscuur te blijven. Dat lukt het vijfkoppige AFCGT uit Seattle vooralsnog aardig. De anderhalve plaat die ze tot nu toe hebben uitgebracht zijn na slechts enkele weken in roulatie te zijn geweest niet meer verkrijgbaar via de gebruikelijke kanalen. Wat nog opvallender is, is dat de cd-r die vorig jaar uitkwam in een belachelijke oplage van 50 stuks, en waarvan deze LP een nieuwe geremasterde 180g maagdelijk witte vinylversie is, binnen de kortste keren was uitverkocht – wat het tot een ‘rare item’ maakt, en dat voor een cd-r!

Die obscuriteit schijnt ook door in de muziek. De anarcho-noise van AFCGT grijpt terug op de tegendraadse en anti-virtuoze antimuziek van de no wave van Mars en Ut, vroege Sonic Youth (vooral Bad Moon Rising en te horen aan de schrale gitaargalm van het nummer Old Spy, ook Sister) en de gamelan-cum-gitaarnoise van het eccentrieke This Heat. Bij tijd en wijle hoor je ook echo’s van het vroege werk van onze eigen Ex (vooral de fragmentarische gitaarexercities op Joggers & Smoggers en Aural Guerilla). Dat een nota bene Amerikaanse band je kan doen denken aan het onnavolgbare, volstrekt Engelse This Heat mag uniek heten. Dat zit ‘em bij AFCGT, op meer dan een track, in de manier waarop een enkele scratchy gitaarlijn slingerend wandelt over het uitgestrekte rudimentaire percussietapijt. Sommige dichtopeengepakte noisier momenten doen sterk denken aan intense nummers als Rainforest en Fall of Saigon van This Heats zogenaamde Blue & Yellow album, zonder direct een kopie daarvan te zijn. Ook de complexe dynamiek van het nummer Channel D is een aspect dat je herkent van dat op eenzame hoogte staande debuut van This Heat.

Het quasi-psychedelische begin van het zeer sterke nummer Old Spy, waar niets gehaast wordt, refereert vooral aan vroege Sonic Youth. In de enerverende baspartijen die erop volgen, klinkt het staccato, monotone riffwerk van A Frames door, de monomane postpunk band waaruit AFCGT voor de ene helft is voortgekomen (vandaar die eerste twee letters A en F). Daaroverheen klinken echoende gitaren die reeksen boventonen creëren die ondergetekende te lang niet meer gehoord heeft in de gitaarrock. Young Spy is trebly gitaar met een mooie melodielijn. New Mess 2 – titel zegt genoeg – gaat meer richting totale noise van gitaar en feedback. Afsluiter Return to Thundernest, waarin de balans tussen baslijn en meer openlijk psychedelische gitaar als een lijn in de tijd voor zich wordt vooruitgeschoven om dan abrupt te eindigen, doet zelfs denken aan Grateful Dead en zelfs Earth late stijl. En het nummer Sinking zou zomaar van Trumans Water’s Milktrain to Paydirt of Action Ornaments afkomstig kunnen zijn: de elementaire percussie, de nauwelijks hoorbare spreekstemmen en de valse gitaarlijnen, die tezamen bijna stapvoets, improviserend, net geen ‘song’ bij elkaar schrapen.

Maar het is vooral de onafhankelijke geest van no wave die AFCGT op hun debuut-lp uitademt; monochromatische gitaarmuziek die zich in het geheel niet waagt aan rockposes en obligate bluesriffs, en zich ook verre houdt van de volstrekt formulaïsche fuzzed-up sound van de nieuwerwetse psychedelica van voorgekookte rockbands als Wooden Shjips of garage heruitvinders als Times New Viking en Eat Skull, of nog erger de fuzzy surfpop van Wavves. Bepalend hier is het verschil tussen het gebruik van de kale snaar (AFCGT) en de wah-wah pedalen en fuzzboxen (Wooden Shjips, Eat Skull). Waar die laatste twee gadgets de muziek “rock” verschaffen en het derhalve torpederen, kiest AFCGT gedecideerd voor het open akkoord (reden ook waarom juist Tar geniaal is en Mudhoney eigenlijk third-rate Black Sabbath- en Stooges-nabootsers zijn). Bij die nieuwe lichting garagebandjes zie je de paradoxale ontwikkeling van de intentioneel krakkemikkige productie waar een intense studiomanipulatie achter schuilgaat: faux-authenticiteit wordt via trucage opgelegd aan het muzikale halffabrikaat (vgl. de laatste Hospitals). AFCGT klinkt daarentegen zoals het gespeeld wordt: muziek als ‘raw material’.

Noem AFCGT retro-no wave of hoekige post-punk of gitaarnoise; zelf noemen ze het New Punk, zoals de luide inluider van de LP en een tweetal tracks op de 10” ook heten. En dat label is misschien nog het meest passend. Het is het minimale en opmerkelijk luchtige karakter van de sound die de muziek een rauwe intensiteit verleent. Ondanks de bloei van de onafhankelijke muziek, in allerlei genres, in de laatste pakweg tien jaar, zal dit soort ongepolijste, ietwat cerebrale gitaarpunk, die ook nog eens instrumentaal is, ondergronds blijven. Het is de onuitroeibaarheid van het oersubject dat zich, onkundig in het zich kunnen marketen, hier nonverbaal uit. En dat stelt de kritische mens die z’n emoties onbemiddeld en toch beheerst wil, weer gerust.

A F C G T – s/t [lp, Uzu]
A F C G T – s/t [10”, Dirty Knobby Industries]

[deze recensie verscheen eerder op cut-up.com]

Advertisements
%d bloggers like this: