Wolf Eyes – Always Wrong [hospital productions]

Wolf Eyes - Always WrongMet de nieuwe, opvallend mediocere Sonic Youth in aantocht vraagt menigeen zich af hoe avantgarde SY eigenlijk nog is (of überhaupt ooit was). Zonder dat ik zou willen instemmen met de geïmpliceerde patricide in zijn algehele schimprede, verwoordde popscribent en rabiate Kulturkritiker Mark Fisher van K-Punk het verlies aan credibiliteit onlangs uiterst precies: “Would you like a Sonic Youth CD with your frappucino, sir?”, verwijzend naar de recente Starbucks-verzamelaar, waarvoor coryfeeën hun favoriete SY song hadden geselecteerd. Er wordt al enige tijd een vurig debat gevoerd in de blogosfeer, aangesticht door diezelfde Fisher, over de rol van Thurston Moore en Kim Gordon als curatoren van bandjes en promotors van moderne kunst en de vermeende leegheid (lees: gebrek aan authentieke expressiviteit!) van hun eigen muziek – en niet alleen in hun commerciële periode maar eigenlijk al van meetaf aan. Kortom, als dat niet al eind jaren tachtig het geval was, dan – zo gaat de gedachte – is SY zeker nu gewoon mainstream. Niks avantgarde. (Ik zou overigens willen pleiten voor de SY van hun extra-curriculaire activiteiten op Goodbye 20th Century, Koncertas Stan Brakhage, J’Accuse Ted Hughes en Andre Sider af Sonic Youth, en voor hun magnum opus Goo natuurlijk!)

Eén van die bandjes die Thurston Moore de laatste jaren heftig gepromoot heeft, is het immer primitieve Wolf Eyes, dat waarschijnlijk nooit een contract bij Subpop zou hebben losgekregen als dat niet met Moore’s steun zou zijn geschied. Hun oeuvre beslaat een schier oneindige reeks obscure LPs, cassettes, cd-rs, re-releases, split-LPs, solo outings en cds. In 2006 hebben de drie mannen van Wolf Eyes zelfs een cd – of eigenlijk een live-registratie – opgenomen met über-avantgarde-jazzist Anthony Braxton. Maar hun meest bekende zijn de twee “reguliere” albums op Subpop, het nu al klassieke Human Animal uit 2006 en Burned Mind van twee jaar eerder. Is Wolf Eyes avantgarde of mainstream of iets daartussen in of geen van beide of wellicht allebei?

Dat voornoemde platen op Subpop uitkwamen, een label dat je toch niet kan verdenken van avantgardisme als je kijkt naar hun keuze in releases van Mudhoney tot Iron & Wine, zegt meer over de al dan niet kortstondige impact van de echte underground op de muziekindustrie in onze productieve noughties dan over de aangepastheid van de Wolf Eyes sound. Vooral Human Animal is een pronkstuk van caustische gothnoise, dat overeenkomsten vertoont met free jazz, al is het indirect. Verre van mainstream dus. Dat ze met Braxton een podium deelden is dus niet zo gek – Braxton onderkent de telepathische affiniteit tussen de dionysische release, die op zich onbemiddeld is, bij Wolf Eyes en de precieze configuratie van zijn eigen strenge composities. Die instante overgave in de muziek van Wolf Eyes is minder instant dan lijkt: de gefaseerdheid, de eerie bijna-stilte, de tutti’s (de tutti’s!), de contrasten, de algehele dynamiek verraden compositiebewustzijn in de overgave. Human Animal is een nauwgezette studie in het genotsbeginsel, zonder academisch te zijn.

D’r wordt vaak beweerd dat de sound van Wolf Eyes niet vernieuwend is; luister bijvoorbeeld naar Throbbing Gristle. Ofschoon die vergelijking opgaat, gaat het tegenwoordig niet meer aan om het avantgardistische te zoeken in eerste-orde-vernieuwing. Ik bedoel conceptuele vernieuwing. Streng gesproken is er na het serialisme geen vernieuwing in de muziek in die zin en pop is van meetaf aan al niet vernieuwend. Zoals Brian Eno goed had begrepen, de vernieuwing ligt in de minimale verschuiving van de klankkleur. Het komt op Feingehör aan. Heel lichamelijk in feite. In dat opzicht zijn Wolf Eyes de ultieme hypostasering van Throbbing Gristle, extremer zonder het micrologische uit het oog te verliezen, wat zou leiden tot onverteerbare noise à la Whitehouse of blanket noise van het type Merzbow. Goede noise is schaars.

Maar was Throbbing Gristle niet sociaal-politiek kritisch, waar Wolf Eyes een kind van het loutere hedonisme lijkt te zijn, een veelgehoorde kritiek vooral van Amerikaanse zijde (de traditionalistische punkrockgeest, de hokjesgeest van de burgerman incognito, die hier weer opduikt)? Het is allereest de vraag of de muziek van Throbbing Gristle getypeerd moet worden als een vorm van sociaal-politieke kritiek, in de manier van hun stagings en meer direct muzikaal, en niet veeleer als een dionysische viering. Was hun geniale terugkeer als salon-industrialists op Part Two: The Endless Not, dé cocktail-jazzplaat van 2007, niet een bevestiging van het echec van politieke muziek, een dolk in de rug van de barricadepunk? Afgezien daarvan is het onjuist om, ten eerste, de inhoud van muziek te vereenzelvigen met de sociaal-politieke functie en, ten tweede, het objectieve voor het subjectieve te verruilen. Het kan nooit het geval zijn dat de auteursintentie boven het objectieve materiaal gaat. Daarom zijn lyrics zo nutteloos, iets wat afgezien van functioneel gesnauw en gekrijs Wolf Eyes, en in feite de hele noisescene van nu, die merendeels instrumentaal is, in hun lompheid goed inzien. Alsof ze hun Hegel, die vocale muziek als een voorbij stadium beschouwde, hebben gelezen.

Wolf Eyes verklankt perfect, maar nooit direct, de duistere kant van het Amerika in het Dubya decennium: griezelige galm, de net niet exploderende geweldsimpuls, gevoel van implosie voor de werkelijke losbarsting, lompe bestialiteit. Wolf Eyes is Abu Ghraib getoonzet voor trio. Net als op Human Animal is Always Wrong (passende titels ook) een reflectie van de objectieve wereld zonder opsmuk, precies zoals het is. De Wij in het nummer We All Hate You zijn de neocons met als spreekbuis Donald Rumsfeld – de Realpolitiker die, als een bijna nobele sfinx, geweld poetisch kon brengen en de fout legde bij de oude wereld en de bleeding heart liberals, die het slecht voorhebben met John Doe. Da’s heimlich en unheimlich, burgerlijk en angstaanjagend tegelijkertijd. En gevaarlijk natuurlijk. Wat Wolf Eyes aan muzikaal chagrijn produceert is voorbij metal en gothic, genres die veel te veel zoeken in knullige metaforen en afgezaagde tropen en muzikaal hun intenties niet werkelijk verklanken, in de weg worden gezeten door techniek en truïsme.

De dialectiek tussen het verradelijk prozaïsche en het ongrijpbare, het stinkende primitieve en het etherische, de horror vacui van de nu eens verstilde zoemende noise dan weer ijzige gil, da’s Wolf Eyes ten voeten uit. Om met Kant te spreken, Wolf Eyes muziek is niet mooi, het is subliem. Met nummers als Cellar en het ijzingwekkend brutale Broken Order bewijst Wolf Eyes met Always Wrong wederom een meesterwerk in bruut doch genaues primitivisme te hebben afgeleverd, en daarmee de tijdgeest in kunst te hebben vervat. En in die zin is Wolf Eyes modern en avantgarde, loopt het voorop waar retro punkrockers No Age op verkeerde wijze de verleden tijd prijzen. Always Wrong is ongepolijst, in tegenstelling tot de noise-as-polish van de Jesus & Mary Chain rip-offs The Horrors (die naam moet een grap zijn). Verre van mainstream dus.

De potentiële vraag die de barrista bij de Coffee Company je stelt: “Wil je misschien nog een Wolf Eyes compilatie-cd met gratis button bij de macchiato?” zal nooit actueel worden, dat is zo goed als zeker. Niet omdat het gevoel voor het sublieme en het welbehagen bij het nippen aan een goede koffie per se niet samengaan, maar omdat bij de meesten het gevoel voor het sublieme onderontwikkeld, of van nature geheel afwezig is. We hebben meer noise zonder franje nodig. Wie durft genieten?

[deze recensie verscheen eerder op cut-up.com]

Advertisements
%d bloggers like this: