Audiobulb: vlees noch vis

Craque - SuppleElektronica bevindt zich al jaren in een Sackgasse. Na de hoogtij van de late jaren negentig, met de experimenten op Mille Plateaux en Mego en de op Miami bass gebaseerde Schematics-stal, is de glitch, dat toch het niet-identieke in de IDM introduceerde, toch weer Hegeliaans verworden tot universele betekenaar. Een beetje popbandje of dance act heeft tegenwoordig een distorto-factor in de productie ingelijfd. Wat onaangename noise was wordt tot de zaak zelf om dan vervolgens, door veralgemenisering, opnieuw weer onschadelijk gemaakt tot de marge gedegradeerd te worden.

De gimmick met glitch in de pop begon al met Björks alom geloofde Vespertine. Op zich helemaal niet zo’n slechte plaat. Maar het gebruik van de destijds vernieuwende sound, opgebouwd uit de effecten van malfunctionerende en haperende cds die nu door presets en standaard software op commando beschikbaar zijn, doet kunstmatig aan. Grootste offenders zijn bijna alle artiesten op het Morr label: middelmatige pop die schuil gaat achter beschaafde klanktapijtjes. De meeste electronica anno nu is gewoon jaren tachtig synthipop overgoten met melancholie.

De platen van het label Audiobulb, dat al een tijdje in de marge van de electronica opereert, lijden aan hetzelfde euvel. Alle bekende stijlkenmerken van hedendaagse electronica zijn aanwezig: het getik, de interferentie, de luchtige textuur, de omfloerste beat, de arbitraire al dan niet geloopte soundbites met een licht lyrische samenhang die pop altijd vereist.

Neem Craque. Op het alleen digitaal verkrijgbare Supple (onomatopeïsch voor de soepelheid van de muziek) is er niets dat verbaast of schokt; het herhaalt her en der wat Mouse on Mars op Autoditacker en Glam, meer dan tien jaar geleden, duizenden malen beter heeft gedaan. Wat Craque produceert is nu-muzak. Zelfs het feit dat de plaat blijkens de keur aan instrumentale grapjes – veel microtonale gitaar, een occasionele cymbaal – een electro-akoestische preoccupatie verraadt (luister bijv. naar tweede track Navfrakure) kan het gevoel niet onderdrukken dat er gewoonweg niets gebeurt. Het is niet eens ambient, zoals Brian Eno dat voor ogen zag, waar de sound van de omgeving (ambience!) als het ware alle focus moet doen vergeten. Je zou kunnen zeggen dat in tegenstelling tot ambient de beat-gesteunde miniaturen op Supple fungeren als kapstok voor de pretenties van het componerende subject dat z’n métier niet beheerst. Op subtiele wijze is Craque veel geschreeuw en weinig wol.

Ultre - The Nest and The SkullThe Nest and the Skull van Ultre vaart iets beter. Ternauwernood. Het doet denken aan de folktronica van Four Tet. Maar waar Four Tet op de recente Ringer-EP de meer interessante richting van stuwende Neu-beat is opgegaan kiest Ultre voor de gedateerde landelijke beat. De gesyncopeerde fills op The Smirks worden vergezeld door een akoestische gitaar en zelfs fluitsamples. Het is melodisch, het hapt lekker weg, maar het is nietszeggend. Museum of Air is museaal-folky gitaar op een bed van Autechre geluidjes, zoals je die veel beter kon horen op hun EP7. Het had van Donovan kunnen zijn, maar dan zonder de vocalen. Memory Lies schoffeert door een slechte indieriff en zeurderig geneurie gelardeerd met techno-ploinks. Ook op Peace Corps mixen de sounds en gitaarmelodie niet. De instrumentaaltjes echoën een kunstmatig huwelijk, zelfs waar de gitaarakkoorden cut-up en geloopt worden (pardon the pun). Lingers is een interessant nummer: het is een spectraal spel met de ruimte, dat naar mijn smaak te snel afloopt. Opvallend is dat het beatloos is. Maar evenzeer valt op dat het misplaatst is tussen de weëe electronica nummers daaromheen. Net als het Craque album is Ultre’s The Nest and the Skull vlees noch vis.

craquesupple [digital download Audiobulb records]
ultrethe nest and the skull [cd/digital download Audiobulb records]

[dit recensie-artikel verscheen eerder op cut-up.com]

Advertisements
%d bloggers like this: